Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legd wordt, maakt, dat ook de eenvoudigste hem verstaat. Zij, die dieper ingeleid zijn, hebben telkens gevoeld, hoe de ontwikkeling van den tekst tot op dit punt, daardoor vooral het laatste gedeelte, waar het om gaat, in helder licht zal stellen. Na den tusschenzang volgt de uiteenzetting van het „alzoo is een iegelijk die uit den Geest Gods geboren is."

„Wij spreken, aldus vervolgt meester Vermeulen, over het geheim der wedergeboorte, onbegrijpelijk zelfs voor de Nicodemussen, omdat het leven onbegrijpelijk en een werk Gods, daarom een wonder Gods is, gelijk de wind. Maar daarom is ook ieder wedergeboorne een wonder Gods. Deze geboorte is dus een werk des Geestes, dus een geestelijke geboorte waar niets vleeschelijks bijkomt. Waarbij dus alles uit God is. Alle uitwendige verbetering is menschenwerk en zit aan de oppervlakte. Gods werk heeft in de diepte plaats. In de donkerheid der verborgenheid, en de verborgenheid der donkerheid, waar door den adem des Geestes de zenuw van het leven in trilling wordt gebracht. Want naast dat groote, breede terrein in de natuur, heeft diezelfde Geest des Heeren een tweede, engere plaats gekozen waar Hij werken gaat. Die plaats is het zondaars hart, waar van nature ten opzichte der Geestelijke, Goddelijke dingen evenveel woestheid en ledigheid en donkerheid woont, als bij den aanvang der dingen. Ziet het maar aan Nicodemus. Hij is een der besten van ons geslacht, maar als het over de hoogere dingen des geestelijken levens gaat, even onkundig als de bewoner van de Stille Zuidzee eilanden. Daarom vraagt hij verlegen, tevens begeerig: „hoe kan dat?" Welnu, dat kan, doordat de Geest des Heeren neêrdaalt in 't zondaarshart en daar allereerst „beweging" brengt. Dat is de aanvang ook van de ritseling des geestelijken levens. Vanwaar die Geest komt, wanneer Hij komt, hoe Hij komt, wie zal het zeggen ? Soms komt Hij als met de natuurlijke geboorte van de ouders en 't lijkt alsof de kinderen de genade hebben medegeërfd; — denk maar aan Izaak, aan Samuël, aan den Dooper, aan Timotheus. Soms komt Hij op lateren leeftijd, geheel onverwacht, als bij den Stokbewaarder en Lydia en den moordenaar aan het kruis. Soms komt Hij als onder het suizen eener zachte stilte, gelijk bij Johannes, den discipel dien Jezus lief had. Soms komt Hij als onder stormgeloei, gelijk bij Manasse in den ker-

Sluiten