Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In weinige uren is het anders zoo schoone landschap van al zijne pracht beroofd. Klagend ruischt de wind door de hooge olmen rond „Heerema-State" als zong hij een lijkzang bij de onttakeling der natuur. Af en toe moet onze bolleloopster stil staan en zich omkeeren om adem te scheppen. Maar nog nooit viel haar de gang zoo licht als thans. Hoe was het mogelijk! Zij kon het zich zelf niet verklaren, maar terwijl het rondom haar stormt, is het binnen in haar rustig, en vervult een wonderlijke vrede haar gemoed. Heeft vrouw Winkel ook niet gezegd dat zij ook nog wel iets goeds in de wereld kan doen ? Dat haar leven ook nog wel vrucht dragen kan, gelijk er ook in de natuur wel late vruchten gevonden worden ?

Als Aag haar dan ook aan de zijdeur ontvangt, zich reeds voorbereidend op tal van klachten en gereed om haar medelijden te toonen, staat zij niet weinig verbaasd, geheel in strijd met vrouw Struik haar gewone manier van spreken ten antwoord te krijgen: ,,'t kan ook niet altijd zomer blijven Aag, en ik ben ook niet beter dan elk ander die er door moet. Oude Antje was van morgen ook al vroeg op de scharrel met haar negotie, en voor Hein en Folkert zal het van morgen in de vroegte ook wel niet alles geweest zijn de koeien te melken."

Aag kijkt haar eens aan. Is dat vrouw Struik? Maar deze doet alsof zij het niet merkt. Wat valt het den menschen aanstonds op

dat zij anders is dan gewoon!

Zij krijgt er aardigheid aan. Hoe kan een enkel woord zoowel een goeden als een verkeerden indruk geven. Maar hoe weinig heeft zij zich tot hiertoe daarom bekommerd.

Als de noodige voorraad is ingekocht, — voor een tweede aanbod om binnen te komen, en een kop koffie te gebruiken bedankt zij, omdat het oponthoud bij vrouw Winkel al langer geduurd heeft dan gewoonlijk, — worden de korven weer zorgvuldig gedekt en de weg naar „Grolda-State" ingeslagen.

„Voorzichtig wezen, vooral bij de plank!" roept Aag haar nog na, maar het oudje lacht en zegt: „ik zou het bij nacht wel kunnen

vinden, laat staan over dag".

Boer Smynia zit bij de tafel de Zuivelcourant in te zien, als de

bekende gestalte voor de ramen komt.

„Daar heb je zoo waar die oude Struik in dat hondenweêr, zegt

Sluiten