Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„'k Heb mij niet te beklagen, dat ik geen genoeg werk van mijn leven gedaan heb, zegt zij, 't is van de kinderjaren af zoo gegaan, en 't zal ook wel zoo blijven, zoolang ik er ben. Maar het kon nog minder" „Wat bedoel je daar meê?"

„Och, mijn man is dood goed. Als ik van middag thuis kom heeft hij de thee klaar en de stoof warm, en als ik dan drooge kleeren aangetrokken heb, en mijn aardappeltjes met wat potvet eet, dan heb ik het in mijn kamertje misschien veel beter dan velen, die in den overvloed gezeten zijn. Geld en goed maakt een mensch ook niet altijd gelukkig."

Bij het hooren dezer woorden kijkt Smynia af en toe over zijn courant de spreekster aan. Hij is die taal van haar niet gewoon. Eigenaardig toch. Zoo spreken de fijnen altijd, 't Schijnt wel dat zij dat van elkaar leeren, en vrouw Struik ook al door die ziekte is aangetast.

„'t Zou jou toch zeker anders ook wel lijken met zulk weêr thuis te kunnen blijven, zooals vrouw Winkel bijvoorbeeld, die nu maar een mooien ouden dag heeft."

„Nou ja, van zelf als ik het voor het zeggen had, maar ik kan toch nog beter werken dan zij met haar rheumatiek, en liever eerlijk arm met rust daarbij, dan in de weelde met allerlei ellende. Daar zijn ook wel menschen voor wie het goed van deze wereld meer een vloek dan een zegen is, in wier schoenen ik liefst niet wilde staan, als het straks op de afrekening aankomt."

Smynia wordt onrustig achter de courant. Waar wil die oude heen ? „'k Wil maar zeggen, dat als de geschonken macht of invloed of rijkdom niet goed besteed wordt, tot nut van anderen, dat het dan straks verkeerd met ze uitloopt. Aan mij zelf ontbreekt ook veel; mijn leven is ook altijd niet geweest wat het zijn moest, maar ik weet óók, dat mij dit spijt, en dat, hoe meer iemand heeft, hoe meer hij verantwoorden moet."

„Jonge, jonge Struikje, wat ben jij vroom! valt Smynia uit, die zijn ergernis niet langer verbergen kan. Ik kan wel hooren, dat je 's Zondags naar de school gaat in plaats van naar de kerk. Als dat zoo met je door gaat, zal je nog wel eens een bovenste beste worden!"

„Nou, wat dat eerste aangaat, daar zal toch zeker elk vrij in wezen", nijdigt zij terug, terwijl een oogenblik de oude natuur weer boven komt en haar scherp oog hem tracht te doorboren. „Zorg jou

Sluiten