Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zoolang meer beslaan zal en het tijd van heengaan wordt. Maar ik ben er van overtuigd, dat wanneer de kinderen Gods slechts wakende en biddende blijven, God Zijn volk niet verlaten zal, en de tijd komt op welken het duidelijk zal worden, dat ook deze arbeid niet ijdel is geweest in den Heere."

Als Bart spreekt, is het altijd stil. Zijn woord heeft iets zalvends, terwijl zijn gansche persoonlijkheid meewerkt om het dieper indruk te doen geven. Zoowel de jongeren als ook de ouderen, die voor een deel zelf deze toestanden in het kerkelijk leven hebben doorgemaakt, koesteren eerbied voor hem.

Boer Dekema, voor wien dit alles nieuw is, heeft bizonder genoten. Wat hebben degenen die God vreezen door alle tijden toch veel moeten ontberen, maar ook, met welk een blijdschap en bewonderenswaardige toewijding brachten zij hunne veelvuldige offers voor wat hun het dierbaarste was. En deze menschen heeft hij voorheen zoo geminacht, ja gehaat. Omdat hij hen niet kende, maar vooral omdat hij Hém niet kende, Dien zij aanhingen. Hij heeft het in zijne onwetendheid gedaan.

Het verwondert ons dus niet dat hij, als Bart heeft uitgesproken zegt: „wat doet het ons goed vrienden, zulke stemmen uit het verleden te hooren. Het is zulk eene bemoediging, inzonderheid voor hen, die als het ware nog aan den ingang van den geloofsweg staan, waartoe ik mij zelf door Gods genade ook rekenen mag, te mogen vernemen hoevelen ons voorgingen, wien ook de strijd en worsteling niet vreemd was, zoowel ten opzichte van hun eigen zieleleven, als ook in de beroering die het kerkelijk leven soms zoo vertroebelen kan.

Wat mij persoonlijk betreft, — aldus gaat hij voort — ik wil niet ontkennen dat er nog wel tijden in mijn leven voorkomen, waarin de strijd mij zwaar valt, inzonderheid als ik denk aan het vele, dat ik om Christus' wil schade en drek heb moeten leeren achten, en dat toch mijn natuur zoo bekoorde, 't Is geen makkelijke zaak, het vleesch met zijne begeerlijkheden te kruisigen, allerminst als de wereld met beide armen openstaat om te ontvangen en hare genietingen teschenken. Maar wanneer wij dan weer hooren, hoe ook anderen, door vaak nog dieper wegen geleid, de dierbaarheid van het geloof aan hunne harten mochten ervaren, en wat zij zich wel niet hebben moeten ge-

Sluiten