Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lezing hiervan voegt hij er aan toe, dat zeker niemand er tegen zal hebben dit in te willigen, te meer daar het alleszins te billijken is, dat de oude vrouw nog voor den winter naar hare kinderen verlangt te gaan. Als allen zich dan ook hiermede kunnen vereenigen, zou hij evenwel nog een voorstel in haar belang willen doen. Naar hij wel gehoord heeft, beteekent het weduwenpensioen voor de domineesvrouwen zoo wat niets, en is dat fatsoenlijk armoe lijden, als er geen andere inkomsten zijn. Ds. Veringa is nooit een man van geld geweest, terwijl de kinderen ook de handen meer dan vol hebben. Men weet wel hoe het dan met zulke lui gaat: vast traktement, vast armoede. Nu zou het hem begrooten, dat de oude vrouw op haar hoogen leeftijd zich nog bekrimpen moet, waarom hij er voor zou zijn, inzonderheid ook met het oog op de vele dienstjaren van Ds. Veringa in de gemeente, haar eene toelage te geven gedurende haar verder leven, voldoende om op bescheiden voet te leven.

Voor sommige aanwezigen is dit woord van Smynia eene verrassing. Van wien zij dit ook verwacht hadden, allerminst van hem. Als Dekema daar nu nog eens meê gekomen was, dat had men verstaan, maar de president-kerkvoogd, die vooral een man van hebben en houden is als het uit de kerkbeurs komen moet, laat zich gewoonlijk van een andere zijde kennen.

Een enkele der Notabelen, die gewoonlijk tegenspreekt, onverschillig waarover het gaat, om te laten weten, dat hij er óók is, kan zich hiermede volstrekt niet vereenigen. Dan moeten die groote lui de tering maar beter naar de nering zetten, om te zorgen dat ze voor den kwaden dag wat overhouden. Als hij straks niet meer werken kan of komt te sterven, is er ook niet een, die voor hem of zijne weduwe zorgt. Op zoo'n manier komt men nooit van de menschen af, bij hun leven niet en ook bij hun dood niet. Men kan wel roijaal wezen, omdat het uit de kerkbeurs gaat, maar zijn beginsel is : „wat ik uit eigen zak niet zou doen, mag ik ook niet doen uit die van een ander, 't Is gemakkelijk riemen te snijden uit een ander mans leer, maar dat is geen manier van doen. Dus hij is er tegen".

Eigenlijk is dit ook altijd de redeneering van Smynia geweest.

De gemeenteontvanger evenwel, die zelf ook niet zooveel te wachten heeft als het getal dienstjaren vol is, en die bij ervaring weet

Sluiten