Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hem er niet beter op geworden. Dit heeft hij al lang gemerkt, doch zoo ongegeneerd als heden avond is hij nog nooit behandeld. En dan nog wel in tegenwoordigheid van anderen. Zijn gelaatskleur is paars geworden. Geen wonder, dat wat Dekema nog in het midden brengt teneinde hem te kalmeeren, door den voorzitter niet eens verstaan wordt.

„Het was niet mijn doel, zegt deze, iemand te beleedigen, maar wat door mij gezegd is, bedoelde aan te geven, hoe deze wijze van werken als werd voorgesteld, zelfs het eigen beginsel dat men vóór staat, onwaardig is. Voor de rest wensch ik niets liever dan voor zoover dit kan in vriendschap samen te werken in het belang der gemeente."

Doch reeds wordt hem alle verder spreken belet. „Met jou in der eeuwigheid niet meer 1" schreeuwt Smynia, „en met heel deze bende niet meer 1 Dan staat Sjoerd Smynia nog liever gansch alleen, dan met zulk halfslachtig volk in een partij te zitten! Maar zoo waar ik Sjoerd Smynia heet, en wederom dreunt de tafel onder den feilen vuistslag, men zal meer van mij komen te hooren!"

Met deze woorden stuift hij op, werpt zijn stoel tegen de lambriseering, grijpt in allerijl zijn pet, en verdwijnt in de duisternis, de deur met een smak achter zich dicht werpend.

„Die is af," nijdigt Jongema, bij wien het bloed ook reeds aardig naar kookhitte gestegen was onder de woorden van Smynia, voor hem bestemd, te meer waar hij in geen elk opzicht voor dezen behoefde onder te doen. Het behoeft echter ternauwernood gezegd, dat de vergadering door dit incident een oogenblik in de war is. Hoe gaarne mijnheer Lolkema in andere gevallen boer Smynia ook in bescherming nam, in tegenwoordigheid van dokter Meijer en boer Jongema heeft hij hiervoor geen moed. Bovendien is het niet te ontkennen, dat geen van allen aanleiding gegeven heeft tot deze geweldige uitbarsting. Allen beseffen, dat de zaak die is voorgesteld, op deze wijze slecht gediend wordt, en niet een die dan ook lust heeft het voorstel van Smynia verder in bespreking te brengen.

„'t Lijkt hier wel een Poolsche landdag, zegt dokter, na eenig zwijgen, maar als het dien kant op moet, dan leg ik mijn baantje neer."

Jongema oordeelt dat de voorzitter geen enkele reden heeft gehad,

Sluiten