Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan is haar heele mooie plan in duigen gevallen. Dan heeft zij zich achter den hooiberg te verschuilen, tot men gepasseerd is, om dan onverrichter zake huiswaarts te keeren. Daar hoort zij weer iets zeggen. Er wordt gevloekt! Toch Smynia! Zou hij den slag verloren hebben ? En nu kwaad zijn? Zij kent zijn karakter. Wat hij zich in het hoofd gezet heeft, moet dóór gaan. Altijd zijn zin hebben; anders onbruikbaar. Zoo was het vroeger in het ouderlijk huis, zoo zal het nóg wel zijn. Zijn vrouw weet er ook wel van. Arme vrouw! Die heeft ook niet te veel! Wat wou die laatst praten! Net, alsof zij iets had, dat er niet recht uit wilde. Hoor eens! wat gaat het er met hem uit! Daar komt hij. Toch alleen! Oooo! De oude geschiedenis. Dronken! Hoe kan dat nou ? Toch niet op de Kerkvoogden-vergadering het weg gekregen. Ah, zij begrijpt. Eerst naar de vergadering, en toen naar de herberg. Van zelf, de gelegenheid was te mooi. Bij avond in het dorp wezen en niet eens proeven? Een mooie Kerkvoogd! Vreeselijk zulk vloeken. Dat zal thuis voor die arme vrouw weer wat worden. Is dat een man ? Wacht maar!

Wie toen vrouw Struik had kunnen waarnemen, zou gemerkt hebben, welk een plotselinge verandering zij scheen te ondergaan. Haar oog schiet vuur! Haar anders reeds scherp gelaat, wordt nog eens zoo puntig. Zwaar hijgt de breede borst, als drukte haar een looden last. Krampachtig trekken de handen zich samen en ballen zich tot vuisten. Daar is hij! Daar is zij ook! Met zekeren tred, bijna geruischloos loopt zij op de zwaaiende gestalte toe, om zich dan vlak voor deze, midden op den weg te plaatsen. Zij lijkt een furie! —

„Vrouw Struik!" stottert hij, terwijl hij wankelt op zijn beenen.

Maar ook zij schrikt. Wat ziet hij er uit! Het hoofd en de handen in verband. Overal bloed. Dus aan het vechten geweest! Dat maakt het niet beter. Een Kerkvoogd aan het vechten!

„Vrouw Struik!" zegt hij weer, daar hij nog altijd niet begrijpt, wat die zwijgende vrouw daar vóór hem, op dezen eenzamen weg, in dit nachtelijk uur met hem wil.

„Sjoerd Smynia!" luidt het antwoord, gesproken met een stem waarin de verontwaardiging trilt. Tegelijk doet zij een stap, en grijpt met haar magere hand hem vast bij den schouder. Het is een machtige

Sluiten