Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En trotsch is zioh uwvriendtenoemen,

Want dierbaar ia mij 't rjjk tooneel, \ Wanneer 'k uw blauwe en bonte scharen,

Op t ruime plein van 'tdorpskasteel, I Weergalmend vaak van dwaas krakeel,

In 't lommer van uw lindeblaêren, 1

En dartiend om mij heen mag zien, Of — vaak een les voor rijperjaren,—

Uw aard en neigingen bespiên. Dan volgt mijn blik uw vrije gangen j Met tintiend oog en warm verlangen, 1

Dat op een schooner toekomst doelt,

Terwijl mijn hart, vol frissche zangen, 1 Zich jong en sterk als gij gevoelt!

En daagt niet van uw heldre wangen, In 't vroolijk blosjen om uw koon, Een morgenstond, wiens middagschoon

Ons neevlig duister gaat vervangen ?

Gij fikschejeugd,volmoedonkracht

Echt-Hollandsch nog van aard en zeden,

Gezond van hoofd en fersch van leden, En eens — het beter nageslacht I Ons lief, als de appol onzer oogen, Een dierbaar en een heilig pand, Een blijde hoop van 't vaderland, Gezegend erfdeel uit den Hoogen, En hoogst geschenk van hooger hand.

Want o, geen bloem van edelknapen, Voor ons geen ridderlijke jeugd, Fier op 't onschendbaar ridderwapen, Ontgloeid door ouderlijke deugd , En met een naam van oude jaren, Dien vlekkeloo-zen naam getrouw, Kn met oud-Hollandsch bloed in de

aêren,

Dat wel voor Holland stroomen

wou....:

Bii hen troon heul of heil te zoeken,

Uws adels diep gezonken kroost, Vier wufte lippen Holland vloeken, Wier fletse wang voor Holland

bloost I

n 't volk alleen is Neêrlands hope, Hun kindren zijn nog niet ontaard, Bidt dat de Heere hen bewaart, ]n waakt,dat nietsh un krachten slope!

Voor mü — het is een schoon verschiet,

)at mijn verbeelding op mag blauwen, Dn mijner is een vast vertrouwen,

EnHollandsknapendreuntmijnhed!

Iet zijn een reeks herinneringen

Van heldengrootheid,burgerdeugd.

En wat van vroeger tijden heugt En lang verdoofde zonnekringen,

Wier luister Holland eens bescheen, Die in mijn boezem zich verdringen, Steeds dwepend met ons schoon voorheen —

Maar voor de toekomst niet verlegen,

Waar ik u aanzie blijde jeugd! Want uit uw oogen straalt de zegen En méér dan schalksche jongensvreugd;

Waar ik u aanzie, wakkre zonen Eens volks, dat Ruyters heeft gebaard,

En licht nog menig kiem bewaart, Wier wasdom Neêrlands God zal

kronen

Met zegen, voor het oog der aard I En daarom dat mijn zangen stroomen,

Enbruisenalsmijnllollandscholoed,

Voor u mijn eerste dichterdroomon. Die, waar 'k uw vroolijk spelbegroet En in uw kleine kindertrekken Mijn groote mannen wil ontdekken,

Verrijzen in mijn vol gemoed! Vaak meen ik u, mijn dierbre knapen, Mijn oude roem in 't jong geslacht, 1 U ailen tot iets groots geschapen I

voor ons geen riuueiiyn.o Fier op 't onschendbaar ridderwapen, Ontgloeid door ouderlijke deugd, En met een naam van oude jaren, Dien vlekkeloo-zen naam getrouw, Rn met oud-Hollandsch bloed in de

aêren,

Dat wel voor Holland stroomen

wou ....:

Bij hen geen heul of heil te zoeken,

Sluiten