Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lk vorm uwgeest, ikneig uw kracht, Ik baan uw weg en richt uwgangen.... Bij zult een veldheersstaf ontvangen!

De passer zij üw scherp geweer ! — Voor ü de zorg der staatsbelangen I En gij — zult strijden voor denHeer! Voor u — 't penseel! voor ü — eon

veder

En — zangrig knaapjen, aan üw

voet

Leg ik 't ontroerde speeltuig neder, Wien ik als Neêrlands dichter groet 1

Ja, rijs, o lievling mijnes harten, Wien heel mijn volk zijn lievling noem,

Juli 1848.

Een zachte balsem onzer smarten, Een geur uit Hollands knapenbloem 1

Volksdichter, uit het volk geboren, Naar wien ons zangrig Holland smacht,

Wiens lied ons heerlijk ruische in de

ooren

En onzer wonden pijn verzacht; Wiens toon oud-Hollands naam bezielde,

Die klink voor vrijheid, volk en deugd, —

En ook voor u — mijn blauwgekielde, Mijn Hollandsfrischontlokenjeugd.

HET PENNINGSKE DER WEDUWE.

Markus XII : 41—44.

A] wanklend kwam zij aangetreden, Dezwakkc vrouw, wier minnend hart Nog bloedde van de versche smart; WTant ach, het was zoo kort geleden Sinds haar een trouwe gade ontviel, De vreugd eens der gebogen ziel, Met wien ze, ootmoedig en tevreden, Het zuur verdiend maardaaglijksch brood,

Gekruid door lofzang en gebeden,

In vroomheid, liefde en vreê genoot. En nu? die staf en steun in 't leven, Haar alles was haar zijde ontroofd, Haar was alleen de zorg gebleven — En biddend boog de vrome 't hoofd. Want zwijgend in Zijn welbehagen, Die kracht geeft om Zijn last te dra-

gen,

Bleef haar, te midden van dien rouw,

Een burg, een tent van schaüwrijk

lover,

Een schat, een heilig erfdeel over .... 't Was Isrels God, Jehovah's trouw.

O wèl haar, wie Uw liefde sterkte, Gij Man der weduw, vriendlijkGod! Die wondren in haar ziele werkte

Bij al den weedom van haar lot. Tot U rees in Uw tempelhoven, Haar nooddruft brengende U ter

eer,

Het loflied van haar ziel naar boven: «Hoe lieflijk is Uw woning, Heer!" Want zij was één dier warmbezielden, Dier heilgen uit den ouden stam, Die voor hun God Jehovah knielden In 't heilgeloof van Abraham !

Ook nu had ze in den heilgen tempel Weer troost gezocht, bij 't koestrend licht

Van 's Heeren liefljjk aangezicht; Slechts bij 't verlaten van zijn drempel Bleefnog een dierbre liefdeplicht:— En zie, met neergeslagen oogon, Beschaamd, verlegen, 't hooFdgebo-

gen

Voor Hem, die al haar nooden wist,

Sluiten