Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij voelt zich dochter, gade en weellw dier Christenhelden, Die goed en bloed voor God, voor staat en vrijheid stelden,

En sterkt zich in dion heldenmoed I Ginds ziet haar smachtend oog de kroon, die hier op aarde Tot tweemaal haar ontviel, in goddelijker waarde

Van uit het slijk verhoogd, getooid met hemelpracht;

Haar ziele hijgt, en bidt en reikhalst van verlangen ;

De zucht, die haar ontsnapt, ontmoet reeds de englenzangen;

»Iiom, trouwe God, uw dienstmaagd wacht...."

Neen, Moeder 1 eerst uw zoon gevormd, in 't moeilijk leven, Ten held, wien 't heilverbond blijve in de ziel geschreven, Dat Neêrlands groote vorst met zijnen Bondsgod sloot;

Leer hem, niet door zich-zelf, maar door Gods arm verwinnem En zijner vaadren God, zijn edel volk beminnen Méér dan uw moederlijken Bchoot 1 Ja, leer hem aan uw borst en zeg hem, vrome moeder, Dat Een, der weeüwen Gaê, der weezen trouwe Hoeder, Der vorsten Koning, én hun Recht is én hun Kracht i Hij leve, een schoone bloem, op vaders marmer groeiend, Een lauwer nog te meer om moeders slapen bloeiend,

De glorie van zijn nageslacht

Zij bidt! Een vreugdeblos doorgloeit die bleeke wangen: Ik zie baar 't vriendlijk wicht aan 't kloppend harte prangen

Des Christens zielsgeloof staat als zijn hope pal!

En van den adem vol, den geest der profetiën,

Roept zo uit: «Gezegend hij, die sluimert op mijn knieën, Die eens voor Neêrland strijden zal 1'

Februari 1847.

DOLCE FAR NIENTE.

Ik lig in Hollands dierbaar duin, Zoo zacht in 't lauwe zand,

En naast mij zit een blozend kind, Een dochter van het strand,

Een zilvren wolkje speolt en drijft Aan 's Hemels blauwen boog ;

Een zoele vrede straalt en daalt Op aarde van omhoog.

Het zilvren wolkje lacht en lokt, Als riep het: loga mee,

Reis met mij naar een beter land, Ver over zee bij zee!

1847.

Zeg, knaap, indien ge eenavleuglen Zeg, vloodt gij de aarde niet ? (hadt, 't Is heerlijk in dees vrije lucht, In 't grensloos wolkgebied."

Maar ik — ik lig in Hollands duin,

Zoo goed in 't lauwe zand, En naast mij zit een blozend kind, Een aardig kind van 't strand....

Neen, schoon ik, wolkje, met u mee Mocht vliên naar 'tschoonsteland.... 'k Ben nu te lui, 'k heb nu te lief, 'k Bleef liggen hier in 't zand.

Sluiten