Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o te ras vervliegend uur 1 Weggesmolten al mijn olie,

uitgeblonken al mijn vuurl

Slaap en Tijd 1 ik tart uw woede,

die met zooveel geestdrift spot, 'k Droom nog voor mijn Dichter droomen,

van het zaligst heilgenot. —

Altijd droomen — dwaze droomen —

of hij iets aan droomen had 1.... Juist! maar 'k bied hem al mijn wenschen

in mijn droomen saamgevat.

EGOISMUS.

Geef een meisje bruine lokken, Lippen, nimmer moe of bang üm te kussen en te jokken Heel het lieve leven lang; Rozenblosjes, sneeuwen handen, Hemelsche oogen, elpen tanden, Ranke leest en vluggen voet; Armpjos om er in te vliegen, Of een kindje op te wiegen, En een blij gestemd gemoed. 1847.

Lieve Hemel, hoor mijn beden,

Geef haar zachtheid, stille trouw, En die duizend kleinigheden,

Dio zoo lief staan in een vrouw. Kleine zonden, teedro nukken, Die een gloeiend hart verrukken,

Liefdes dartle poëzij ;

Geef haar wat zich de engel denken En uw rijkste gunst kan schenken, En dan — Hemel, geef haar mijl

GELOOP.

Geloof, gij vroolijk kind, in stralen, zangen rozen, I» vriendenoogen, maagdenblikken, dichterlied;

Geloof in lachen, sohreien, blozen ...

Geloof, geloof — en twijfel niet!

Wel zult ge, al vroeg misschien, uw liefste bloem zien sterven

Wel drijft gij-zelf eens met uw eenvoud bitter spot....

Maar och, de droomen, die wij morgen moeten derven, Zjj biên ons heden 't reinst genot. 1847.

KRITIEK.

I.

Mijn boezem juicht u toe, waar, machtig en welsprekend,

Van voorhoofd rein, van hoofd gezond,

Uw rechten op do Kaam en op 't vooroordeel wrekend, Gij fiks uw oogen slaat in 't rond 1

Sluiten