Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar gij den dwerg verplet, die zich een reus verbeeldde,

Den kikvorsch, die zich zwellen doet;

ffaar gij den jongling gispt, die zijn talent verspeelde,

De dwaasheid of den overmoed;

Waar ge uit den lafifen roes der onverdiende glorie

De helden van één avond wekt:

Waar gij het stof blaast van de rollen der historio,

Of ginds een nieuwe star ontdekt!

Waar gij de nevelen van damp en schijn doet zwichten,

Als gij uw helder voorhoofd toont;

Waar gij komt heerschen, of beschermen en verlichten,

Maar rang, noch jaren zelfs, verschoor.?

Waar gij de rijen der onsterflijke genieën

Doet scheuren voor een nieuwen naam.

En 't versch gelauwerd volk dringt op de trotsche knieën

Voor 't stiefkind eenmaal van de Faam 1 Waar gij, met kalmen tred, voor allen eerbiedwaardig,

In 't stuivend kamp der lettren treedt — Met opgehaald vizier, ook in uw wraak grootaardig,

Een engel Gods in 't witte kleed!

Waar gij, der waarheid trouw, uw zinlooze eeuw komt richten,

En, donkre muze der kritiek,

Van hooger schoonheid blinkt bi) 't snorren van de schiclite.i

En 't knallen van de strijdmuziek.

Ja *k min u nog, waar ge als een adellijke schoone,

Met vonklend oog en heldren blos,

In 't statig golvend kleed der strijdbare amazone

De toornen viert aan 't steigrend ros;

Als een hooghartig kind van koninkljjken bloede,

Dat, licht verbolgen en ontsticht,

De zilvren rijzweep zwiept door 't luchtruim, en in woede Den hoovling striemt door 't aangezicht.

n.

Maar wee u, waar ge, uw plicht, uw eer, uw rang vergete*,

(Een Furie van ons marktplein!) scheldt En raast; en met een heir van woede- en lasterkreten,

Maar zonder oordeel, vonnis velt.

Wee, waar ge — uw handen vol met zinlooze pamfletten,

Waarin Partijzucht blaast en schimpt,

En die ge ons opdischt voor orakelen en wetten, —

De vrije Pers als troon beklimt I Of waar gij optreedt, met de jaloezie in de oogen,

Sluiten