Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeder 1 zoo gij 't eischen dorst, O gij wist, dat ge in uw armen 'Niet het sieraad van uw borst, Maar het heiige moet beschermen, Maar hot weesje van uw Vorst 1 En, bij 't stormen der gevaren,

Kroost en volk en vorsten saam Eén herinring grootsch bewaren Aan een grooten, dierbren naaml

Koningszoon, van God verhoogd, Eer een Kroon u 't hoofd zou drukken Wier gewicht gij nimmer woogt, Hebt gij-zelf in zielsverrukken

Uwer weduw traan gedroogd? Was 't uw blik die haar bestraalde

Toen, in haar, uw vorstenzon Koninklijker nederdaalde Dan zij immer rijzen kon 1

Ja, zijn geest, o bleeke vrouw, Streed met u dien strijd der smarte: «Wees, mijn gado, wees getrouw 1' Klonk bet in uw biddend harte,

Klonk het in dien nacht van rouw 1 Hij was 't, die u sterkte en steunde,

Tusschen vloek en lofgeschal, Toen een halve wereld dreunde Van dien daverenden val 1

Lelie, waar de ceder viel Beur uw stengel naar de wolken! ^ Dat het kroost der vorston kniel' Voor de Goden hunner volken — Vlekloos blijve uw vorstenziel; En uw naam zal heerlijk suizen

Door de jongste orakolblaên, Over 't puin der koningshuizen Mg een koning zal hij gaan !

Waar de balling zwerven moet, Met een kroon van schimp beladen

Slechts door ballingen gegroet; Waar hij, op zijn vreemde paden, Geen getrouwen meer ontmoet: Waar zijn broederen hem honen,

Waar zijn voet zich scheuren zaï Aan de splinters van hun tronen. Neergesmeten door zijn val;

Waar geen eigen graf hem wacnt, Waar de Pyroneën schateren.

Sluwe staatsman, waar uw macht ? En alleen 't geruisch der wateren

Klagende antwoordt op zijn klacht; Waar op Frankrijks kluchttooneelen,

't Zedelooze volk ten spot,

't Grijze hoofd een rol zal spelen Wreeder danop 't moordschavot... Gij, vorstin in 't rouwgewaad,

Laat de vrije volken handelen

Naar des hoogston Konings raad, Door de volken zult gij wandelen Zonder wrok en zonder smaad 1 Heil den bodem, heil den koning, Waar die koningsdochter huist! Vrede dier onschendbre woning, Vrede, waar dat rouwkleed ruischt!

Paarlen der welsprekendheid Op dien rouw, o Lamartine, In bewondering gespreid!

Dat uw naam geen vloek vordiene

Dier verheven majesteit! _

Haar uw lauwren, volksgenieën, Heldenmuze, haar uw klacht, Koningszonen, buigt de knieën,

Vrije volken, houdt de wacht:

Voor haar wijkplaats houdt de wacht,

Als op nieuw de driften wrokken, Als in éénen wreevlen nacht — Weer die grijze tronen schokken

Door een onweerstaanbre kracht 1 Als voor woede- en lasterkreten Voor het spottend handgeklap, ' Gij geen heul of heil mocht weten, 'Koningsbloed en koningschap

Weduw, wandel over 't puin Van 't paleis, in asch verzonken,

Sluiten