Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEVE5SLUST.

Levenslust is 't ware leven,

Is het liefelijkste goed.

Dat de lachende aard kan geven Van haar weelde en overvloed, 't Is geen trek der dwaze zinnen 't Jongo leven te beminnen:

Levenslust is levenskracht; Levenslust is vroolijk strijden, Hopend en geduldig lijden — Is een kinderlijk verblijden, Dat den Hemel tegenlacht.

Juli 1849.

Maar om 't leven wel te smaken,

Dient daar nog een hooger gloed In de vrome borst te blaken :

Vaste, kalme stervensmoed! Wie geen moed heeft om te sterven: Zal den moed tot leven derven:

Steeds gaapt de afgrond aan zijn Om langs rozen mij te leiden, (voet. Om mijn leger zacht te spreiden, Als dit minnend hart moet scheiden, Geef o God! geef mij die beiden: Levenslust en stervensmoed.

AAN EEN HEEREBOEB.

Beminnenswaard, benijdenswaard

Uw keuze, uw weg, uw deel: Het vrije land, do bloeiende aard,

De velden, golvend geel, De blauwe lucht, de blonde zee,

Het schaduwrijk prieel,

Het beste werk, de zoetste vreê En — 't wambuis van fluweel 1

Vergeet, vergeet onze arme stad

En haar pantoffeldos;

Daar buiten blijve uw hart, uw schat,

Bij bloemen, heide en bosch! Vergeten — en vergeten zijn Is 'thechtst geluk op aard; 't Geluk bij ons is last of schijn, Geen zucht, geen afscheid waard.

Wij teren hier in damp en gaB,

Verveling en fatsoen:

Gij roit in koren, mos en gras,

En hupt in lucht en groen. Ik stoot mij hier aan iedre kei

En hijg als levensmoe; De frissche koelte van uw b°* Waait u het leven toe I

Wij sukklen en wij kuchen mer.

De poel is ongezond:

Dat ginds uw jonkheid bloeie en tier', Word stevig, bruin en rond!

Daar knijpt geen hoest de dorre keel Op Gelders heuvelkling;

De kwalen vliên voor 't woudgekweel En 't geuren der sering.

Hier duurt des levens lente kort, De mensch wordt spoedig oud!

De bloem van liefde en hoop verdort, Het hart wordt stug en koud.

Beklaagbaar de arme, die gelooft In bloemen, straal of lied!

De wijzen schudden koeltjes 't hoofd, Want zij gelooven niet.

Natuur, vertrouwde van haar God, Die wijzer is dan wij,

Aêmt leven, liefde, lust, genot,

Haar stem is harmonij;

Zij zuivert, zij verjongt het bloed, Zij troost in elke smart,

Zij strooit ons rozen in 't. gemoed En poëzie in 'thart.

Tot u spreekt iedre moigenstond : Werk met vernieuwden lust!

En de avond fluistert zoet in 't rond

Sluiten