Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik ben gehecht aan de aard, met meer dan aardsclie banden

Van wereldlust, of goud of eer.

Ia, k heb deze aarde lief; ik ben gehecht aan 't leven, Met tooversnoeren, als door engelen geweven j

Mijn boezem jaagt van levenslast,

Nu, luider dan weleer bij 't ruischen, vieren, blaken Van onbezonnen scherts en wufte zinvermaken En vreugde zonder rouw of rust."

Mijn wilde jonkheid heeft gespeeld met haar talenten Als 't onnadenkend kind met nutloos speelgoed speelt; *?ave' rï'e ontving, wierp vruchten af noch renten, Al heeft mjjn lied te-met een vriendlijk oor gestreeld.

Ik heb mijn jeugd verdroomd, verbeuzeld en verzongen; Het vuur der fantazie, mijn adren ingedrongen,

Heeft de onschuld mijner ziel verpest;

Een droom van zinlijkheid ontrustte mijn gedachten,

Voor hersenschim op schim verspilde ik de eêlste krachten — En daar is wroeging, die mij rest.

t as zwerven zonder doel, en zoeken zonder vinden, Genieten zonder smaak, en Bluimren zonder rust; >?r„Wa3 geen heilre band, die mij aan de aard mocht binden, t \\ as leven zonder last en leven zonder lust!

Een wreede nachtwaak soms vol wreevle fantaziën, Doorworsteld in den arm van twijflaars en genieën,

t Stak op mijn wang een koortsgloed aan; 7 i,S ï?or£ens afgemat, vol onbestemde smarte,

Zocht ik een troost, een God, een leven voor mijn harte —

En alleB riep: «Vergaan, vergaan!"

• Heer, ik heb als knaap gestreden en geleden,

Gelijk een grjjzaard, die naar 't donker graf zich bukt En vruchteloos een ster, een staf zoekt voor zijn schreden,

Die kroost noch kruis in de armen drukt Maar vluchtig was mijn ernst en duurzaam was mijn zonde, v ergifte scherts vloeide als een balsem in de wonde

Van 't brekend en ontwaakt gemoedI....

\\ aartoe mij langer met Gods raadslen te vermoeien ?

Laat mij de purpren druif in 't tintiend schenkglas gloeien..,. Gelukkig hij, de aard voldoet I. ...

Helaas, ik meende 't nooini't was nutloos zelfmisleiden ;

Nee», t was somtijds een zucht, een diepe wanhoopsklacht, O wereld, waar uw stem, uw vreugde, nw eer mij vleiden,

'k lleb nooit van u mijn heil verwacht;

Tc Heb nooit mijn slingrend hart geheel aan u verloren,

Sluiten