Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O lieve standjes voor de poort I Mooi-meisjes in haar vree gestoord,

Die langs den Singel kuierden ; Waar onvermoeid, om klokke twee, Nos patriae deliciae Nog een kwartiertje luierden I

We waren toen zoo prettig slecht; (Zij t met een diepen zucht gezegd I)

Wij gaven om geen pensa! Wij plaagden, wat zich plagen liet, En waren banjaarts op 't gebied Van TVTCTot en van mensa 1

Ons hoofd, ons hart was vol en dol, Wij «peelden nog geen mensehenrol,

Wij waren vrome knapen ! Vol levenslust en levensmoed, Met Paris' grillen, Ajax'bloed, (pen. En — niet voor 't G riekseh gescha-

We zochten van Corinna's Guit de ondeugendste elegietjes uit;

Zijn lied was onze harem I

1849.

! Wij schreven dikwijls u ter eer. Een duizend verzen min of meer Amice puellarum!

Trota al de classicissimos En Bake en Reitz en hos en quo3

Epitome's et talia !

Wat was ik jolig, wijs en jong, Eer ik naar hooger wijsheid dong En promoveerde — ad alia I

Nu kruipt of wandelt elk zijn gang, En kent zijn wereld — zijn belang ;

Nu leven we >in disputis." De goede dagen zijn geweest, En uitgespeeld het korte feest Amoenae juventutisl

Sinds werd het leven politiek, Moraal, kritiek en polemiek ! t Maar — spijt de fraaie vormen —

't Is alles leugen, kunst of kool

Ik wou weer naar 't Latijnsche scactl Katheders gaan bestermen I

UIT IIET STUDENTENLEVEN.

I.

JEPIKURISCH FEESTGEZANG.

Ruischende wanden, en schittrende zalen, Bruischende bekers en ramlende schalen, Blinkende toortsen in flonkrend kristal, Klinkende kelken en jubelgeschal I Schaatrendo buien van lachen en zingen, Klaatrende stroomen en kurken aan 't springarii Spreien van dona voor hot uitgerekt lijf, " ' ~ Reien van vrinden in 't zalig verblijf!

Blazende wangen en smakkende lippen,

Azende blikken op aadlijko snippen,

Gouden fazanten en druipenden kluif Oude, gemerkte, gezegende druif!

Heilige schotels van bruine pasteien,

Veilige feestdisch en gladde geleien,

Sluiten