Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mij is geen naam, geen rang bekend

^oo edel, zoo verneven,

Zoo schoon als de uwe, o jong student.

Die fladdert in het leven! k eei'bied voor den blijden soes, »i lj u an^e.ren °°k preeken,

6 ,eer^e^ voor den vrijen roes an deze — uw beste weken!

De jeugd zij als een korenveld,

Verruklijk schoon voor de oogen, Dat joelt en woelt en bruist en zwelt Door d uchtendwind bewogen! ??? e®ns wilde velden kalm, öij schoven saamgebonden, Dan wordt aan iedren gouden halm fcen rijke vrucht gevonden!

Die nimmer dwaas was in zijn jeugd, Wordt nimmer recht verstandil, tiksche jeugd —baart mannen-

>i Maakt handelbaar en handig. I k Vertrouw die wijze jongens niet li rr a!'..a,chttien> twintig jaren — I Uw wijsheid is een gloeiend lied, ken pot op zeven haren I j

| Laat vrjj de blonde, zijden snor I Urn rozenlippen bloe'ien; (

{ bc»reeuw nog uw keel aan lö's schor I tin Iaat champagne vloeien! 1

f 200 't uw borst verruimen

(kan * •— f 1 o f'aar schuldloos en — met gratie 1 Scheld aan 't biljart dei, stommen ! Maar scheld met variatie! (Jan,

i SpQ®e) h°™b«r «la oen oude rot,

otop delicieuze ballen,

jlMoog tussohen beide een mooie pot Uw kunst ten deele vallen!

1 Rs Z°C^ hiBt Uefst uw zoetate feest E' | _ "3 zoute konversatie,

°Pn tT. opgebonden geest D Kn tintelende facie!

id Leer ons hoe gij uw blauwe pet (Üen pet van achttien jaren!) t, Loo onnavolgbaar, zoo koket,

Orooit om uw bruine haren'! 3, Als vond ook zij de vreugde zoet.

Ti, i kreeg zij geest en leven; 8 .? een uieuwen zijden hoed voor dat geheim u geven 1

Nog niet, vooreerst, dien schalken kop ■ 1 boekenstof' verborgen;

t ''ij f frisscher dan de rozeknop fcn jonger dan de Morgen!

Laat steeds de Oraties in haar gunst

uw pad met goud bestrooien, tLn met een onnavolgbre kunst Uw almaviva plooien!

Blijf jong en wild en woest en rond:

U, dat die lustige oogen Altijd zoo helder, zoo gezond, Zoo edel gloeien mogen! ,ni jonge vlinder, naar uw zin, Laat niets uw vlucht beperken, ~ vlleg toch eens het leven in, JNog stolgoud op de vlerken!

Die wensch zij ijdel, als de droom r\ J0ns studentenleven, Upl tochtgenoten, zonder schroom,

In deze tooverdreven!

Een wensch tot slot, een warme beê: Al[schreeuwt ge niet, —bljjfzingen, Klink altijd mee —word nooit blazé En doe geen domme dingen. Nov. 1848. *

111.

DE HUMORIST.

HorriWe, horrible, most horrible. Eenmaal had ik zeven vrinden, Bloemen in mijn levensgaard, Die ik tot een krans mocht binden Um mijn hoofd en om mijn haard.

Sluiten