Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor wie het opneemt (met zijn neus)

Is 't zaaltje vrii behaaglijk;

Voor mij — ik heb het al gezegd — Voor mij is 't onverdraaglijk I

Ad rem 1 een lang weerhouden lied

Moog trillen door dit krotje, Het is een ronde dichtervloek, Geslingerd tegen 't Schotje!

Dat Schotjen in de breede bank,

De bank der Hooggeleerden, Dia eenmaal allen (oen voor een) In dieser Halle oreerden !

Die nu met toga's of met roem

De breede bank bezetten, Wanneer hun evenmensch oreert Naar oude saaie wetten!

Dat Schotjen in de breede bank,

Do bank der Hooggeleerden, 1 'ie in dit hol zich — juist als ik,— Soms gruwlijk ombèteerden I

Dat Schotje, dat de bank verdeelt

Potsierlijk in twoe hokken.... Zou 't eeno voor de schapen zijn, En 't ander voor de bokken?

Dat weet ik niet, maar wat ik weet,

Bij elk oratie-jooltje Dan heb ik rust in voet noch vuist, lk zit — als op een kooltje I

Maar wat ik weet. dat zeg ik luid,

Dat zog ik zonder schromen : Kastanjes moeten eenmaal uit Het smeulend vuur genomen I

't Is Feest: kijk op, daar naakt Der breede Professoren, (do rei Zij nemen plaats in 't groote hok En spitsen klassische oorenl

Do orator klautert in do Broek 1)

En soest er zeer genottelijk.

't Jus Pilei 2) verblijdt zijn hart — Al kleedt zoo'n steek bespottelijk'

Wat toeft ge, o Seminarie-trits?

Ei, zet u bij de vrinden 1

Hoe nu ? de bank is opgepropt, Er is geen plaats te vinden ?

Men sluit hun 't deurtje voor den Men laat hen opmarcheeren. (neus, Adieu, kollega's ! hier is 't uit Met ons fraternizeeren!

Men sluit u 't deurtje voor den neus,

Gij hoort niet bij dio heeren! Wat meent gij ? die Illustre School, Zou zich enkanailleeren ?

O weo! o non-sens, o ellend I O tijdon, menschen, zedenI O Schotje, dut de broedi en scheidt I O gruwlen van 't voorleden 1

O Schotjen, aaklig overschot Van langgeatorven veeten, Van broedertwist, van broederhaat, Vervolging van 't geweten 1

Gerechte hemel! ziet gij 't aan ?

Daar sluit men ze op een plokje Als halve ketters bij elkaêr,

Apart in 't kleine hokje I

Een Lutheraan, een Remonstrant,

Twee eerlijke Mennisten, Bie worden achter t schot gezet, Als waren 't antichristen I

Den Lutheraan, den Remonstrant,

Bij zulk een feestgenotje, Dio schuift en dringt men op elkaêr. Als uitschot — achter 't Schotje i

1) Broek, houten broek = katheder. — Borger.

2) Letterlijk: het hoede-recht: het doctorale recht om met bedekten ho'&lh U mogen spreken.

Sluiten