Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Lutheraan et oaeteri,

Dat zijn toch brave kerels: En, Athenaeum! aan uw kroon Zeer schitterende perels! —

De Remonstrant ot caeteri, Die moeten u geneeren!

En hier alleen, hier durft, hier mag Zoo'n Schotje hen negeeren!

Toch heeft onze oeuw zoo menigmuur

Als Jericho zien vallen,

Zoo menig breeden dam geslecht En ontoegangbre wallen I

Zoo menig hooge toren viel Als Babyion in gruizelen,

Ik zag de wijzen overbluft, En starre hoofden duizelen I

Maar, trots de schokken onzes tijds,

Dat triomfante Schotje Maakt met partijgeest en behoud Een gruwelijk komplotje I

Al is 't een gruwel in ons oog, Wat namen wij nog dragen, Al kan dat onverwrikbaar ding Geen Christenziel bohagen :

Al werd het zesmaal ridikuul,

Sinds éóntjen—o die stoutert I — 1) Met vluggen, vrijen, fleren moed, Er over is geklauterd: —

Het staat, het scheidt en scheurt, ten (schand

Van waarheid en verlichting I Dat Schotjen is — een formulier, Dat Schotjen is — een richting I

Het heeft een kop, het heeft een ziel,

Staat, vrinden, niet verwonderd 1 Ja, in dat Schotje huist een ziel, Do geest van zestienhonderd 1

Een sohalke Dortsche grootpiepa

Zit in dat schot verstoken,

Die bij zijn leven tien uur ver Do ketters heeft geroken!

Hij klemt de rotte planken vast

Van 't waggelende muurtje, Dat haast bij 's mans papieren dans Moog knettren op mijn vuurtje'

«Tot hiertoe en niet verder!" grijnst

Het zieltjen in die planken. Gij Heeren hebt één geest misschien, Maar ik heb hier — twee banken I

Bezoek te grauwen middernacht

Dat spokende gebouwtje, Dan hoort ge een bitsen hamerslag: Dat is mijn timmrend ouwtje I

Hij timmert losse spijkers vast

Met wee- en preektoon-galmen ; Hij bromt en blaast: verdragen 1! wat! En knarsetandt in psalmen!

O timmer, onverzoenbre geest,

Ras brengt een vroolijk standje U 's nachts een heuchelijk bezoek, En helpt — temet — een handje!

Wij komen, ja! wjj komen, hoor!

Met fakkels en flambouwen, Met feestwjjn en triumfmuziek En handen uit de mouwen!

Wij stroomen allen samen tot

Een monsterkonvokatie, (ineon En trappen 't Schotje — krak I — Met vreeselijke staatsie I

15 vivat, Iö vivat,

Zal door 't gewelfje schallen, En krakend bij den laatsten toon Zal 't laatste Schotje vallen!

i \ tJ.-r,* j _ -p.. ,—„„ - ti i. - „: v. l. * ...

gen op den 9den van October, anno 1849.

Sluiten