Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan wordt die «ketter onzer eeuw"

in vuur en vlam begraven, En 't »Athenaeum floreat I"

Stroomt uit de borst der braven I

Zoo nu wie 't aangaat, grijzend lacht

En laakt die kromme sprongen Wel, dat men 't Schotjen overgeev'

Aan d' eersten krullenjongen I Ja, 'k raad u, laat, met stille trom,

Dat haatlijk Schotje sloopen, En zet dio laatste, lafste sluis

Voor liefde en eenheid open I Maar is 't ook weer een uitgaaf, die Met moeite wordt bedropen.... Ik zal de «schoft" betalen, ja,

En ik wil 't Schotje koopen Ik wil het als een rariteit

Mijn loven lang bewaren: Een staaltje van humanen geest,

Na zooveel honderd jaren ! En 't zieltjen ? Och dat zieltje zal B.J mjj geen kwaad meer brouwen,

Met primo Mei verhuist hij weer

bij mij is 't niet te houên.

1850.

V.

AAN MIJN VRIEND MB. E. H. S'jACOB. Naar Batavia vertrekkende. TEE HEEINNEEIJJO.

'k Zal niet schreien en niet klagen, Stille smart is — diepe smart; j 1850.

'k Wil den last des afscheids dragen,

Moedig als uw manlijk hart. Maar een korte, vrome bede,

Maar oen handdruk zij mijn groet: Lisve zwerver, ga in vrede,

Met uw God en met uw moed I

Liovling van uw trouwe vrinden,

Wees de lievling der Fortuin; (den Vriendschap — liefde moogt ge vinMaar gedenk aan Hollands duin. Blijf de kracht der jonge jaren,

Blijf dien onbedorven geest, En dat edel hart bewaren,

Dat ons dierbaar is geweest!

Wij, wij zullen menigmalen

Spreken van den verren vrind, Van zijn droomen en verhalen,

Van zijn lach, die harten wint; En in droevige oogenblikken

Zal een trouwe groet misschien Uw geliefden wel verkwikken Met een droom van wederzien.

Want — wij blijven u verbeiden,

Ach, het is nog veel te vroeg, (den, Dierbaarste, om voor goed te scheiEn — wij zijn nogjong genoeg ... Maar zoovelen zijn gebleven,

Velen hebben niet gewacht: —. Goede reis dan voor dit leven En voor 't andre: Goeden nacht I

HET LAND.

Zijn fijnst sigaartje smaakt hem niet, Zijn baardje zelfs vermaakt hem niet.

Zijn knappendvuurtjeblaakthemniet, De stumpert heeft zoo'n groot verZgu zoetlief meisje raakt hem niet, (driet

Zijn vrionden, ó genaakt hem niet, En wat? — Nu juist, dat weet hij ni'eti

Sluiten