Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een wijk, een gracht en zelfs een nommer, zeer getro»«* U kunnen noemen, maar om 'tniet te ver te drijven,

Zal ik dat maar blauw-blauw of blanco laten blijven!

xv.

Ik leid u binnen in een lieve, ruime zaal,

Vol vroolijkheid en licht, vol kinderpret en praal; En 'k liet u graag de rest er zelf maar bij verzinnen, Om daadlijk met de kern van 't sprookje te beginnen,

Maar dat verbiedt de kunst! Eer toch, o hoorders, groeit De kokosnoot bevrijd van d' ijzren schil, eer vloeit Haar melk den wandlaar toe, eer, om de minste zaken, Een schrijver niet een schil beschrijvingen zal maken !

xvi.

Het zij dan zoo : mijn zaal is als een andre zaal,

Iets grooter dan bij u: 't kleed wordt een beeije kaal, Juist als bij u, niet waar? ik weet uw dochters droomen Van danspartijtjes als dét kleed wordt opgenomen, 't Plafond is hoog en rijk als 't uwe; zie, is dit Niet uw behangsel, blauw met donkergrijs en wit? Schoon ik erkennen moet, Mevrouw, dat uw gordijnen, Die stiller zijn van kleur, mij veel gepaster schijnen.

XVII.

De marmren schoorsteen ïb met luxe en licht bevracht, Ginds prijkt een kastje vol van Japanneesche pracht; Als mijn financies mij die grappen permitteeren,

Laat ik mijn zaal eenmaal precies zóó meubileeren:

Twee sofa's, één voor mij één voor de lieve duif, Die neerstrijkt in mijn hof! zacht als haar zachte kuif, Haar nekje van fluweel; tenzij ik mocht bedenken.

Dat één voor twee wellicht nog meer genot kon schenken.

XVIII.

Et caetera; de rest precies in de' eigen trant,

Zeer comfortable, zeer chicard. zeer elegant.

Ik geef u vrijheid, als gij duiiilijk kunt bemerken,

Mijn schets naar eigen smaak behoorlijk uit te werken. Slechts dit nog dient vermeld: déar, boven het buffet, Praalt in een gulden lijst een blinkend mansportret, Waarop ik niettemin voor geld noch goud wou lijken, En dat ik toch met u wat nader wil bekijken !

XIX.

Maar daar 't origineel vast even dichtebij En even leelijk is, als gindsche prachtkopij,

En daar ik bovendien mijn hals niet heb to rekkett. Om 's mans fyzionomie en minnelijke trekken Voor u te schetsen saar de levende natuur —

Sluiten