Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En vor en verder dwaal Tan 't klassisch rijksgebied.. . Zeg dat er geen geluk is voor dien dwaas te vinden,

Die yoor 't ontbijt zich niet met de Oudheid op kan windm I

LIV.

Bah 1 zie eens aan, hoe ik van woede nu verbleek:

Niet dat ik bang ben voor wat laster of een steek :

Maar, voelt ge 1 een wanb.egrip kan mij tot wanhoop jagaE. En 't is een wanbegrip uit overgrootvaórs dagen,

Dat niets klassiek noemt, dan wat oud is, overoud,

En oudheid en klassiek voor «Siams tweeling" houdt.

O, lieve eenzijdigheid ! — ik zweer u, dat klassiek is Al wat gezond en waar, bevallig, geestig, chiek is.

lx vi.

Die kindren zijn klassiek: zie op 1 zij scheppen moed, En brengen een voor een aan Sint-Niklaas hun groete Die zegt een versje op, een ander kent de namen Der maanden uit zijn hoofd, een derde doet examen Een vierde spreekt wat Fransch, eon vijfde reciteert Met gestes van papa, een fabel versch geleerd:

En elk, als zijn talent en deugden zijn gebleken,

Mag bei zijn handjes in den groenen reiszak steken.

LXVll.

En dat is ook klassiek, hoe diep zoo'n kleine ma«

Zijn grijpers in een zak mot lekkers domplen kan,

Nadat hij juist zoo pas het ouderhart mocht zalven Met vrome verskens van Hieronymus van Alphen.

Hieronyinus is hier 't volmaaktste epitheton ;

Zoo juist en schoon alè geen Homerus ooit verzon;

Voorts wil ik verder van Van Alphen liever zwijgen. ... Om 't vrouwlijk Nederland niet aan den hals te krijgen.

lxviii.

En nog klassieker is die knaap, die, hooggekleurd,

Ginds — bij den schoorsteen — staat te wachten op zijn kwR' En met een lachje, meer dan Cicero welsprekend,

Zijn mouwtjes stilletjes wat opstroopt^ en berekent Of niet zijn kleine hand, die hij zoo schalk bekijkt,

Meer dan zijn broêr, die nu zich uit den zak verrijkt, Zou kunnen halen.... schoon hij liet tevens aan wil leggest Dat niet te veel valt op zjjn gulzigheid te zeggen.

lxix.

'k Voorspel dat uit dien knaap een braaf fatsoenlijk me. Zal groeien, een die juist zijn voordeel vatten kan,

Maar nooit zijn goeden naam te grabbelen zal gooien..» Die, met verstand, gelaat en houding weet te plooien,

En eenmaal in den zak der groots maatschappij

Sluiten