Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat jij je vader eens tot eer verstrekt, lief kind;

Wees dankbaar dat je zulk een vader hebt gekregon:

Wees steeds gehoorzaam en — wanneer bij spreekt — gezwegen 1 lxx v.

Die taal deed niet alloen het jonge volkje goed,

Maar ook het vaderlijk en ridderlijk gemoed.

lntussohen, hoorders, daar de liofelijkste zaken ^—

Helaas, mijn jonkheid ookl — eens aan haar einde raken, Het grabblen is gedaan en de onuitputbre bron,

De groene reiszak vol van zoetheên en bonbon,

ls eindlijk leeggestroomd. Toch zie 'k de kindren smachten En kijken — of ze nog een kleinigheid verwachten.

lxxvi.

Ik zou haast zweren dat gij ook nog iets verwacht,

En wou wel weten wat ge er eigenljjk van dacht:

Zegt, waart gij zoo attent bij 't vlechten van de draden,

Dat gjj de ontkneoping van 't verhaaltjen al kunt raden?

Neer. schalke vrienden, neen, het klinko vrij pedant,

Maar de afloop, waarlijk, gaat ver boven uw verstand, En boven t mijnel ja, do Hofnar van Kokanje Verzon zoo n zotheid nooit, bij 't bruisen der champanje.

lxxvi1.

De grijze Bisscnop richt zijn oude stramme leên Nu uit den leunstoel op: »Gij zijt vast heel tevreên,

Mijn kindertjes, niet waar? Ik zal 't nog beter maken,

'k Heb nog een kleinigheid die wel zoo goed zal smaken,

Jal 'k bracht voor elk van u ook een kadeautjo mee,

Dat 'k op mijn reizen kocht, ver ovei- land en zee;

Maar dan is 't ook gedaan! want 'k moet aan al de hoeken Van deze groote stad nog lievertjes bezoeken.

lxxviii.

Terwijl hij, grommend steeds, dio zoete woorden sprak. Verscheen voor 't oog der jeugd een tweede groote zak Van onder 't breed gewaad: de vuurge kleintjes stonden Te happen naar 't kadeau met open rozenmonden.

Toen, van den jongste af aan, kroeg ieder een voor een Een keurig pakjen uit dien zak der heimlijkheên,

Waarop »van Sint-Niklaas," of zoo iets, stond geschreven, En waarvoor elk een hand, een kus moest durven geven.

lxxix.

Het waren altemaal surprises, wel bedacht Door 't zusterlijk vernuft, licht in een bangen nacht. Als, peinzende aan den vriend dien 't lot liaar had ontnomen, Zij heul en balsem zocht voor al te bittre droomen.

Rjjk werd haar moeite door der kindren vreugd beloond,

Sluiten