Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat vreten vlj miet I of liever gij! maar c zoa Te wreed zjn, zoo "t nog lang thaas met uw aandacht spelaed

Bleef draaieo om tan koen 't Werd ook bepaald vervaleed I

ic.

Daar komt beweging in den zoutklomp. Met zgn hand Zjch krabbend in rijn pruik: »'t Gaat boren mijn verstand : Maar t is zoo, t moet zoo zijn!" — En Tan zijn vreugd bekome*.

vYraVre?8d die daa faem trof - terwijl de 'leven.woomen, — Want o hy was verjongd, h^j leefde meer dan ooit.

Meer dan een Braigo» voor zijn jonge Bruid getooid! —

jTOL*an * UojbJ w*®r bruis{ door de' aardschen tabernakel lieeft njj ons, andermaal, een ongezien spektakel.

xci.

Een straal van vreugde en trots bezielt zijn rond gelag-. Hg blinkt en schittert als de jonge Dageraad,

Hij glimt van vreugd. Hij gaat met iachjea van genoefcS Aich weder in den kring van zijn familie voegen.

Nu roept van alle zij' het ongeduld: Wat is t?

. ^ a' was ^ ^ at zou t ? »Ja ja. wie dat eens wist i ~alaar kom, gij zult het zum." Hg glimlacht zeer hoovaardis r-n vreemd: »Hm! hm! die brief, die was zijn port wel waar

xcn.

— «Komt allen om mij heen!" Terwijl de Ridder sprak, Untknipte hij met drift het derde en laatste lak

Z®.n ®urPlise en Tindt — een smaakvol vierkant doosje. »\\ie durft dat open doen?" Zoo vraagt hij, met een bloosie Van stomme lievigheid. »Ik smeek u om die eer Ik die u 't pakje bracht, ik, hooggestrenge Heer !" £.n ^ int-.Niklaas, dien wij schier uit het oog verloren Door 't Sint-Xiklaasgeicfaenk, treadt eensklaps weer naar voren.

xciii.

»Wel ia, dat's aardig!" — zegt de Ridder — .goed bedacht (btraks hoor ik wel hoe gij het toch hebt meegebracht!") Hg keek gedurig naar Mevrouw, als wou hij zeggen:

»Ik weet van u dat gij mij alles uit zult leggen

— Op t oogenblik.' Nu had de man her reel te druk.

Hg kon niet denken in den roes van zijn geluk.

Ook heerscht er zulk een drift en spanning bij de schar»,

liat verdre praatjes hior bepaald onmooglijk waren.

XCIV.

De Held staart in hei rond met kalme majesteit,

En ieder is als gij. op alles voorbereid.

J^n oogenblik, nog een en - 't doosjen is ontsloten ... * ^ éenen mond de kring der hui6genooten,

»Hè. roept de Bisschop en blijft stomverwonderd staan*

Sluiten