Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En, hoorders, met een stem, wier zilvren harmonie Ons meisje van daar straks doet blozen en verbleeken,

Vangt hij bewogen aan te spreken en te smeeken:

cv.

»Herken den boetling dan, die neerzinkt aan uw voet, En vraag, neen vraag hem niet, wat gij vergeven moet, Vergoot een booze grap, die hij in ernBt nooit meende,

Die hij met diep berouw in eenzaamheid beweende,

En schenk hem, op deez' dag van zegen, roem en eer. Uw goede vriendschap en — uw lieve dochter weer...' Hij slaat zijn mantel op, zijn hoed is afgevallen En — 'k zeg niet wio hij is, want gij herkent hem allen!

CTI.

O zie dat rijk tooneel! het teerverliefde kind Vliegt aan haar vaders voet in de armen van haar vrind; De blonde kinderschaar staat lachende verlegen,

Om 't jonge paartje heen als Engeltjes van zegen;

De moeder juicht, nu zij een lang verboden waar In huis gesmokkeld heeft en zonder 't minst gevaar; De minnaar, in 't gewaad van Sint-Niklaas verscholen, Had immerB door 't kadeau des vaders hart gestolen?

CV1I.

Wat deed de kommandeur ? — Wat zou de stumper doen ? Kon hij zijn hoog pardon nog weigren met fatsoen ?

Twee tantes stonden met haar zakdoek aan haar oogen, En ieder smeekte en bad in stilte of luid bewogen.

Hij-zelf, hij was bijna getroffen, in de war,

't Scheen of hij raad vroeg zoo aan de eene of andre star, En de eerste wrokte nog om 't liedje van Kokanje,

Maar 't kommandeurskruis riep: v»rgifnis en .... champanje I

CVIIL

Die tweestrijd duurde een poos. De spanning rees ten top, Men hoorde hier een zucht en daar een havteklop,

Maar eindlijk, door 't geluk en — door de omstandigheden Verwonnen, roept hij uit: »Nu ja, ik wil 't verleden Vergeten, dezen dag van roem en vreugd ter eer, ^ ^ Ziedaar mijn hand, ziedaar.... maak geen »Kokanjes' meerl »Nu is mgn plan gelukt 1" — juicht hem zijn gade tegen, En dankte luid haar man en stil des Hemels tegen I

cis.

Ik zing de weelde niet van 't weer verbonden paar,

lk zeg niet alles wat zij fluistren met elkaêr:

Terwijl naar dankbaar oog bleef op heur tooêder staren,

Moest hij het lieve kind nog eens de zaak verklaren:

Wanneer Mevrouw hem toch haar plan had voorgesteld!

Sluiten