Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij brengt den vrede in 't rustloos zoekend brein, En leert het hart geroelen diep en rein.

O, 't koele hoofd, bij 't warm gevoelend harte,

Dwingt eerbied af en liefde! dat spreidt licht En leven, waar zijn moedig oog zich richt,

Dat peilt de wonde en deelt en heelt de smarto c En dat ig mij uw beeld, gezond verstand: Een schrandere geest, wien 't hart van liefde brandt.

Wel mag de man u tot zijn schutsgeest bidden, Die Kerk of Kunst, of Wetenschap en Staat Zal dienen met zijn licht, zijn kracht, zijn raad: Opdat hij mensch en Christen zij te midden Der kranke, der geschokte maatschappij, Vol onverschilligheid, alarm en dweperij.

BOUTADE.

^ laD^ van niest en mist, van vuilen, konden regen.

Doorsijperd stukske grond, vol killen dauw en damp,

Vol vuns, onpeilbaar slijk en ondoorwaadbre wegen,

Vol jicht en parapluies, vol kiespijn en vol kramp I

O saaie brij-moeras, o erf van overschoenen,

Van kikkers, baggerlui, schoenlappers, moddergoón, Van eenden, groot en klein, in allerlei fatsoenen,

Ontvang het najaarswee van uw verkouden zoonl

Uvr kliemerig klimaat maakt mij het bloed in de aderen

Tot modder; k heb geen lied, geen honger, vreugd noch vreê. Irek. overschoenen aan, gewijde grond der vaderen,

Gfl niet op mijn verzoek — ontwoekerd aan de zee.

HOT. 1851.

BIJ EEN „FA NT AZIË"

VAK DEN KUNSTSCHILDER J. A. KRUSEHAN.

Daar waait een geur van liefde en

zegen

Van hemelzin en levensvreugd,

Van jong geloof en blijde jeugd Van 's kunstnaars edel doek u tegen : En als ge uw blik, nog onverzaad, Verliefd, verteederd en bewogen,

Op de Tentoonstelling 1350.

Van dit zachtmoedige gelaat En deze vrome, vroolijke oogen

Weer in de koude wereld slaat — Dan voelt ge zooveel zoete smarten, Alsof gij 't besta deel uws harten Bij t lieve beeld uit 't droomgebied Der kunst—voor eeuwig achterliet,

Sluiten