Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H« keurde preeken; zijn gelaat Bracht ïedren indruk voort Geen ketterijtje ontsnapte hèm.... Zij, stille, deed het Woord.

Hij staarde somber voor zich heen Zij wandelde in het licht: ' Hij had een zeekre plooi, maar zij Geen plooi in 't kalm gezicht.

Hij sloot den Hemel óp en toe, Met kort en hard betoog • Zfl droeg den Hemel in haar borst i-n m haar zeegnend oo"

1857.

Hij jammerde over »'tzondig hart" Heel waar soms en heel goed': Dochielk die ha£r ooit kende en sprak Daoht: welk een rein gemoed !

Hij hield vergaadring, dag aan dag,

\ nnr /~ii •

™ en ^mnees,

IntUaacllAn hnmrHa i_ •_

T uuur uuiSf

In s lieeren rechte vrees.

Zij had het leven des geloofs, Hij had de leer alléén....

Och of hier 't spreekwoord baten kon. Dat man en vrouw zijn één.

XVI.

REGEL, MET UITZONDERING.

5e76.lecï.ïate, Christnen hier op aard,

t Zgn lheologen — zonder baard.

xvii.

DE WAARHEID.

aan mevrouw***

xvm.

DOGMATISCH ROOSJE.

xix.

MACHTELD EN LEOJÏARD.

(theologische romance, XlXe eeuw 2e helft.)

Zoo te theologiaeeren Met een lieve vrome d.eron,

^ aarlijk, neen, dat schikt zich niet. £n natuur en lunet meneerenl

Prnt

Met een glimlach, in dit' lied.

Humanus.

Machteld is 't, de blonde schoone, Met haar vriend, haar Loonard : hiigenlijk haar neef, doch neven Bieden somtijds in dit leven Mooie nichtjes hand en hart.

Keuvlend doolt, bij 't vallend duister, t Jonge paar door 'tjonge groen; Bloemen, knoppen, nachtegalen Droomen in de lentedalen — Zouden niet do hartjes gloên ?

Sluiten