Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leonard is wel wat houtrig

En hoovaardig op zijn stand, Toch — ofschoon hij Proponent is — Toch gevoolt hij dat het Lent' is, Daar zijn borst van liefde brandt.

Moegedrenteld vlijt ons paartje

Zich ter neder in 't prieel, En, vast, naar verliefde wijzen, Bouwt men nestjes — paradijzen 1 Onder fiuistrend mingekweel.

Hoe ze keuvlen, hoe ze kozen I Had de zon weer stilgestaan, Licht wel, als twee purpren rozen, Zaagt ge Machteld's koontjes blozen — Doch juist even kwam do maan.

Maar o luister! luid en luider Klinkt hun zoete liefdetaal: Wat de harten mag ontroeren ? Brengt hen de avond in vervoeren, Maneschijn en nachtegaal?

Dwepen zij met dichtrenzangen,

't Hart vol jeugd en poëzij ?

Of is Jaloezie aan 't spoken?

Wordt de huwlijksreis besproken? Is de Proponent wat vrij ?

Neen, o Goón I — maar zij bespreken,

Onder 't filomenenlied,

Bij het geuren der seringen.... De echtheid van do Handelingen Der Apostlen I — minder niet.

>Ach!" zegt Leonard, jdie echtheid

Staat, golijk mijn liefde, pall 1859.

Al uw kritische bezwaren Kan een Proponent verklaren; Maaklaars weten niemendal."

«Twijfelde ik aan uwe liefde" — Zegt nu 't meisje — «Dierbaarste, (ooit ?

Doch hoe teeder gij moogt praton, 'k Rijm den Brief aan de Galaten Met die Handelingen nooit!"

•Machteld! alles laat zich rijmen

Voor wie vroom is, vroom en knap — Doch uw zinnen zijn betooverd, Reinout heeft u gansch veroverd, Met zijn halve wetenschap ..."

Reinout... maar hier trapt de Eer(waarde

Juist den Duivel op zijn staart: Eensklaps toch schiet uit de boomen, Storend dees verliefde droomen, Reinout, meteen Tubingschzwaard.

»Sta! verleider gij van de onschuld I"— Roept hij uit — oGij veinzaard, (beef!

Do echtheid van do Handelingen Aan mijn Machteld op te dringen! Ken uw misdaad, ken ze — of (sneef I"

Zwaardgekruis. — Ons Pro ponentje

Tuimelt in zijn bloed ter aard, Reinout juicht als overwinnaar; Machteld is een beter minnaar, Is een Leidsch professor waard t

xx.

QUESTIOX BRULANTE.

De Wil, de vrije Wil! dat was, mijn Theologen I Uw spoorwegkwestie, ja, in onzer dagen strijd:

Elk had zijn richting, had zijn lijn, die hij met vlijt,

En nijd,

Verdedigde voor 't volk, — slachtoffer van een tijd, Zoo veel-, zoo aaklig veel- en nog eens veel-bewogen.

Sluiten