Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch ai I zoo hier als ginds toot kerk ais staat en stoê, Wat jammer wa» van al die 1 ij n e n en systemen — Geen schepsel kwam èr verder mee,

En menig liu*ger waar' tovreft,

Zoo 'thasplen, hoe dan ook, na maar een eind mocht nem«a. IIL

DETERMINISME.

Had ik een vrijen wil ('t kontrarie is gebleken I)

'k Zou met dees kwestie nooit mijn sterflijk hoofd moer Mekso, Doch, wat ik wil of niet, zij laat mij nimmer rust.. „

Is geen Pelagiaan, wien 't lustl xxn.

UITGESTELD.

fVie voor 't Millennium wil strijden, nu, dia kfc.

Maar over duizend jaar weerom I Voorloopig is er nog iets anders te bepraten:

Die kwestie kannen we overlaten!

IXUI.

DViLISIK Mijn Wetenschap en mijn Geloof, j Intusschen, beide heb ik lief, Die leven saam in onmin, Juist even trouw en innig,

Want de eenehoudt, watdeanderdoet ■ En toch vind ik mij-zelven niéi En denkt en meent, voor onzin, j Onreedlijk noch krankzinnig.

xxrv.

MONISME.

Driemaal heb ik 't Doek verslonden,

Veertien dagen lang geloofd : 't Grooto Raadsel i s gevonden,

Schoon 't mij duizelde in het hoofd. Toen — liet ik injjn vleuglen hangen, Als een vliegje voelde ik me in

't Onontkoombaar web gevangen

Van een ij slijk groote spin; 'k Voelde levend mij verslinden

Door dien maohtigen Monist.... En zoo 'k hier mjjn heil moest vinden Waar 'k nog liever Dualist I

Het Boek, waarvau in dit gedichtje (geen verdichtsel !) sprake i«, kan natuurlijk geen ander i^n dan het aeer merkwaardig geschrift des Leidacheu Meester»: „Do Tr^e wil."

Deze aanteekening ia dus voor de meeaten rosser lezen overbodig.

Breedor Leek. evenwel, voor wien ae niet te veel, naar te weinig aegt tot recht verstand van ons rijmpje, verg. Dr. Pibuox'i opstel in dt Gids, Mei 185»: .Het monisüe van Pref. Schoi.tau.'*

XXV.

NIMIUM NOCET.

't Is prachtig, konsekwent 1 Ge ontwikkolt ons uw lssr. O meester in de kunst, met klemmende bewijzen ;

Sluiten