Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

&n — mistrouw mij dat gevaari',

Die verhevenheid!

Die 't eenvoudig hart bezwaart, De' ootmoed strikken spreidt'

Weet het, nergens dreigt gevaar,

De' armen sterveling,

Als juist op die hoogte daarl In dien tooverkring!

Ich, zoo licht, wat vrome zin Ook ziin hart behoed'.

pluipt er mee de Satan in,

uie nem „iiabbi groet! R860.

Die, terwijl hij de' ootmoed preekt, — IJdel Adamskind!

In zijn ziel den hoogmoed kweekt En — zyn oog verblindtI

Die, mijn jongen, licht ook nu Retds uw hart behaagt,

Waar hij, in uw droomen, u Op die hoogte draagt....

Ken u-zelf dan, ken uw waan, En wat groot u schijn',

"Weet, dat wie zoo hoog zal staan Meer dan kleen moet zynl

L12.

PARADOX.

(Eiy is geen dominó" —

£0 hemel zij geprezen 1 /oor velen is men 't b>st, door 't ganschlijk niet te wezffiEn

LX.

LEEKE8E3EDIE.

Eerlos ons van den preektoon, Heerl Geef ons natuur en waarheid weer!

LXI*

WETENSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

Zij hebbeii saam gekonjngeenj, Gedeklineeid,

llun namen in de bank staan doof elkander^ Zij kwamen school steeds eyen laat, Zij deden samen kwaad En de een schreef p e n s a yoor den ander* Ze zijn van de eigen slanke leest Op menig feest,

Met ée'nen geest Verliefd geweest.

deelden saam hun lief en leed, zelfs hun sigarêïi In hnn Latijnsche jaren!

Nü zonder schroom, zonder schaamte ontxsg Deklineeren Deze heeren Elkanders talenten, moreel cn gedrag <

Sluiten