Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oni prikkiend naar omhoog te stre- Ziet, welk oen wonder is het Leren

(ven: En wat mysterie is de Dood!

CXI.

HUMOR.

Een rijke taal vol goest en — ingehouden tranen,

Vol zin, — ook zeer geschikt tot leeren en vermanen,

Mits maar de vrienden haar verstaan.

Want velen klinkt ze als Grieksch; voor andren weer — profaan, exil.

DOGMATISME.

De Geest, die 't brood dat zielen voedt,

In steen of gif verandren doet.

Daar is geen Priester Die hem verklaart!

In raadslen wandelt De mensch op aard.

Wie 't licht van Heden Ook juublend eer',

Dit licht doet smachten Vooral — naar meert

Want ach, wat nevel Van Dwaling vlied' —

De zon der Kennis, Zij schijnt hier niet.

Mysterie — 't leven I Mysterie — 't lotl

Die schepping predikt Geen liefdrijk God.

Natuur — wat deert haar Uw vreugde, uw leed?

Ze is zielloos lieflijk En reedloos wreed I

En hij die allen Is voorgegaan?

Liet zonder antwoord Ons Waarom staan I

1860.

CXIH.

PEIHZENSEIOEDE.

Het eind der wijsheid Blijkt altoos meer;

Wij weten weinig — Te weinig, Heerl

Maar toch, al gloeit soms Mijn hoofd van smart -

In U, mijn Schepper, Vertrouwt mijn hart.

Niet ómdat alles Uw Liefde ontdekt,

Maar óndanks alles Dat twijfel wektl

Trots 't onverklaarhre Dat huivren doet,

En 't onhewijshre Der hoop, die *k voed 1

Trots ieder raadsel, Het Kwaad zóó groot,

De smart zóó schriklijk, Trots rouw en dood...

Ja tóch, ik meene Dat ik Uw hand

Wel speurde in "t leven Uw Vaderland:

En dat mijn ziele, Ter stille nacht, Uw stem wel hoorde, Zoo teêr, zoo zacht.

Na vuur en stormwind

Zweefde ook soms mij — Schoon geen Elia — De Heer voorbij...

Uw starrenhemel,

Hij trekt mijn oog, — Als 't woord des Heilgen Mijn hart omhoog 1

Ik smacht, vermoeide

Van '8 levens loop — Mijn hope is weemoed, Mijn weemoed hoopl

En 'k geef mij over, Met blind geloof, Aan U, den Vader,

Wien niets me ontroof 1

Daar is geen Priester Die U verklaart, — Doch U zoekt niemand Vergeefs op aard.

Sluiten