Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CXIV.

G IJ EN W IJ.

Naar uw eng, fantastisch Hemelpoortje

Strumpelt gij op 't afgebakend pad,

En uw reisweg schijnt u woord voor woordje Uitgeschreven op een heilig blad.

Op des Geestes breede, diepe stroomon Drijven, zwerven, zoeken, lijden wij; Nachten dalen, hooge waatron komen. .. En — we zijn zoo rustig niet als gij I

Toch vooruit steeds streven wij en staren.

Als Columbus, 't hoofd omhoog gericht, Reizen we op de wentelende baren, In 't geloof dat ginds een wereld ligt I

Sluiten