Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De liefste plek.

DE LIEFSTE PLEK.

Elk heeft een plekje op aarde

Hem dierbaar bovenal. Een landstreek of een gaardo,

Een dorpjen of een dal, Een plekje, waar hij blijven

En vrede zoeken wou,

Waarheen zijn droomen drijven Wet stille liefde en trouw.

Voor mij, schoon mijn verlangen Soms dwaalde heinde en veer: Al hoorde ik tooverzangen Aan 't dichterlijke meer; Al staarde ik op do reize

Vol plannen wel in 't rond, En sprak na lang gepeize:

Zoo hier ons kluisje stond 1 —

Toch, Hollands rozentuinen,

U bleef mijn hart verpand; Op Hollands blonde duinen Prijs ik mijn eigen land 1 U heb ik uitgelezen,

Mijn bosch en duin en dal,

Daar half mijn thuis mooht wazen, U eer ik, bovenal!

Neen, frisscbe bloemengaarde, Zoo needrig. maar zoo rijk In vriendlijkheid, op aarde

Geen plekjen u gelijk!

Laat schooner oorden spreken

Van kracht, van majesteit,

Mijn uitverkoren streken, Gij ademt: lieflijkheid!

Waar rijzen zoeter geuren?

Waar* mengelt de avondstond Zoo vriendelijke kleuren.

Zoo lieflijk bruin en blond? Ik weet geen lentedreven

Zoo rijk aan melodjj ;

Waar had ook 't jonge loven Een blijüer glans voor mij 1

Wij plachten hier to dwalen

Zoo menig, menig uur,

Ik ken hier al uw talen

En stemmen, mijn natuur 1 "k Versta de teedre woorden

Van weemoed, liefde en lof, Die ruischen in de akkoorden Van deez' nw milden hofl

"k Weet wat de koeltjes kozen

Des morgens in onz' tuin, Des avonds mot de rozen, De rozen van het duin; V at, als de najaarsvlagen

Uier dwarlen door het hout, Do sombre dennen klagon, Die dichtren van hot woud

Mijn zielsgeheimen wotcn

Drie plekjes in het bosch, Daar wij zoeto uurtjes sleten Op 't geurig, krakend mos. Waar 't lelietje der dalen

Ginds welig opwaart schiet, Daar zongen nachtegalen Ons 't eerste liefdelied 1

O lusthof mijner ziele,

Goed plekje mij zoo waard, Hoe wèl mijn snoeren vielen

Ginds bij mjn hof en haard, lk mag toch ook belijdon

Dat ik u stil betreur,

En dat mijn hart bij tijdon Hijgt naar uw rozengeur!

Ik zoek u telkens weder:

Dan. met een traan, eon lach, Gedenke ik lang en teoder Den schoonen levensdag,

Dien 'k leefde in deze gaarde,

Beminnend en bemind,

Bij al mijn liefste' op aarde En, — God, nw dankbaar kin

Sluiten