Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch, nu die Meerdre gebiedt in mjjn leven,

Vinde ik, trots banden en zielsstrijd en smart, Wat ik eens vruchteloos zocht in mijn streven: Vrjjheid en vrede voor 't rusteloos hart.

UITKOMST.

'k Heb aan tafel nooit gezeten Zonder naar genoegen to eten. Nimmer greep ik in mijn tasch, Dat ik eanschlijk «platzak" was. Riep mij t zonnetje naar buiten, (rückert).

'k Had mij nimmer op te sluiten. En 'k heb nooit gewandeld, of Voor een dichtje vond ik stof.... Liedjes, vrijheid, geld en spijzen — Zou ik daarvoor God niet prijzen?

MOOI-TYE

Een zonnestraal,

Een wonderstraal Is in mijn borst gedrongen:

Mijn matte ziel herleefde weer, Ik twijfel cn ik haat niet meer En heb mijn lied gezongen.

Een blij geruisch

Om 't zonnig huis Verkondde mij den vrede. Vanliefdeenlof klinkt heel mijn hof, 't Juicht alles en geeft juichensstof: En noodt: o dank toch medel

'k Was huivri> kil

En somber stil, Wel zeven lange dagen. Het was ook triestig in mijn hart; Daar hing een lucht vol zorgen Er huilden gure vlagen, (smart;

Ik had geen lust

En vond geen rust: 'k Was treurig, of daarbinnen Een booze geest had uitgestrooid, Dat 's Hemels blijde zonne nooit Weer de aarde zou beminnen.

1854.

ÊRSLIEI).

Nu wekt haar gloed,

ln mijn gemoed, Een vreugd niet uit te sprekon! 't Is of er bloemen opengaan. En lentenachtegalen slaan, En strakke windslen breken,

't Is of mijn hart

Betooverd -werd!

Waar vloden al mijn zorgen ? Weer heb ik iets van 'tvroolijk kind, Die 't leven zag, in rozentint, Een korten, blijden morgen.

Mijn harpe beeft,

Mijn harte leeft Eon zalig liefdeleven !

Daar, wie mij griefde, daar, mijn hand!

En neem mijnliefste bloem ten pand, Dat ik u heb vergeven.

Hoor gij mijn dank,

In 't blij gezank, O God der bloeiende aarde! Die licht en geur en vroolijkheid Mild in mijn ziele hebt verspreid, Als in Üw lentegaarde.

Sluiten