Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLEINE STUKSKEN S.

Liever üan één groot stuk brood

Heeft een kind twee kleine brokjes, Liever dan één fikschen teug —

Twee kleine slokjes.

Dat is geen spel nu zonder zin,

Eon lieve leering schuilt er in:

Zoo geve ook mij fortuin niet veel,

Maar altijd liofst een needrig deel,

En in de plooien van haar schoot Bewaar ze een ander — even groot.

JONGE BOEPING.

AAN ....

Niet te droomen, niet te zuohton,

Niet te klagen, naar ik moen Niet te schuwen noch to vluchten 's Levens reine lieflijkheên;

Maar te midden van den zegen,

Die u toestroomt van uw God, Bloemen strooiende op uw wegen, Liefde wevende in uw lot;

Maar met vrome, vroolijke oogen,

Friscli en jeugdig en gezond, Dankendo op te zien ten hoogen En vertrouwende in hot rond;

Maar ootmoedig en bescheiden En beminlijk en bemind,

1856.

Vrede en vreugde to verspreiden, Als eens rjjken vaders kind I

Dat is leven God ter eero,

Naar do roeping nwer jeugd, Naar de trouwe liofdeleere,

Die verzoent, vertroost, verheugt: Want de kindren Gods zijn blijde, Blijde ook onder strijd of plicht; l LAivon heeft zijn donkre zijde, Maar hun ziele heeft het licht.

't Sterft wat bloeit in de aardsehe (dreven^

Maar voor 't hart in God gerust, Uit den grond van 'thooger leven Bloeit 6teeds frissoho levenslust.

HET LIEDJE VAN VERLANGEN.

Een knaapje leunt aan moeders schoot

Vol slaaps de knippendo oogen, En houdt zich wakker, taai en groot,

Mot knikkebollend pogen.

Hij 's bang in 't donker, bang alleen; Hij wil niet heen,

Blijft talmen, treuzlen, hangen. Het dwaze jongske dwingt,

En zingt Een liedje van verlangen.

Reeds half het offer van den dood, In dorre levensgaardo, (schoot Bukt zioh een grijsaard naar den

Der trouwe moederaarde, (rust! Maar zeg hem niet: 't Is tijd van

Sluiten