Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij wringt de witte handen,

Ziet op. en peinst en schreit En stamelt: «Neen, ik danli nog: Mijn rouw is heerlijkheid I"

n.

't Lief vrouwtje, slank en schoon,

Gedost in zijden plooien,

Staat, leunende in den vensterboog, Haar zieltje te verstrooien.

Ze is rijk, ze is jong, zij wordt bemind;

Toen welt er in heur oogen Een traan, dien vruchtloos't fijn ba-

(tiut

Gedurig af wil drogen.

1854.

Een arme vrouw in 't lompenkleed, Met ingevallen koonen....

Een kindjen aan de dorre borst, Vraagt aalmoes van de schoone.

En 't zieklijk wichtje blikt haar aan, Met zachte, vriendlijke oogen

Zij neemt haar goud, — maar toeft, — (maar staart, Verwijtende ten Hoogen —

En lacht:.... «Een aalmoes vraagt (die vrouw 1 Bon ik dan rijk ? Erbarmen,

Mijn üodl ik. ik liob immers niets, Zij — schatten, in haar armen I"

Z A

Jeugd en vreugd en liefde, kind, Zijn drie korte lentedagen ; Ach, ze vlieden, hoe we klagen... Daarom wees wijs en geniet ze gezwind!

(tïcIIBT.)

KS.

Hartje, wees wijs en geniet ze ge(zwindl

Staak uw klagen, schep behagen In de schoone lentedagen,

Wees jong, heb lief, wees vroolijk,

(kind!

W IJ S H E I D.

Plant uw hof naar 't u belieft, Douw uw huis naar 't u gerieft, (Gevolgd.)

I En — door 't venster — wijze guit, I Lach deez' zotte wereld uit.

DE LENDENEN OMGORD.

De lendenen omgord en brandende de lampen!

Neemt saam de plooien van het sleepende gewaad, Dat gij moogt vaardig zijn tot werken, dienen, kampen, Tot scheiden — als Gods ure slaat.

De lendenen omgord: schikt weg wat u zou hinderen,

Gehoorzaam te aller uur op de ongewisse paên, Als knechten in Gods dienst, neen, als geliefde kinduren, Den weg, dien Hij u wenkt, te gaan.

Ons leven is een staag verreizen en vertrokken; —

Wie roemt op stad of huis of rustplaats hier beneên? —

Sluiten