Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ons komt gedurig weer de stem des Geestes wekken: Op, maak u vaardig en reis heen !

Op, nit uw armstoel, naar het gtroodak in de verte!

Der armen Heiland roept in guren winternacht.

Op, uit uw blij gezin, naar 't eenzaam huis der smarte:

Ween met die weenen, trouw en zacht.

Voort, van de plek der ruste, in 't kampperk van het leven;

Die steile bergen op; daal van de plaats der eer;

Verlaat uw rozenhof voor donkro olijvendreven,

Op — naar uw kruiB, uw graf, uw HeerI

Ga, waar uw werk u roept, en volgzaam laat u leiden,

Wacht op Gods wenk, omknel uw reisstaf, neem uw kruis; Groet die gij liefhebt, want uw wegen zullen scheiden,

Bereid uw hart, bereid uw huis....

«Bereid zijn," klinkt de last, zoo neemt dan saam de vouwen

Van 't hangendo gewaad, voor 't struiklen van uw voet, Omgordt u met do kracht van 't vol geloofsvertrouwen, Met christenliefde en christenmoed;

En steekt de lampen aan — ook waar een zon van zegen

Dees schoonen morgen, in uw woning, licht en lacht 1 Omgordt u; gij moet voort, op de onbekende wogen!

Ontsteekt de lampen — hot wordt nacht.

Nieuw} airadag 1855.

JONG-HOLLAXDSCH BINNENHUISJE.

's Wintersaronds houd ik mij

In mijn bezig leven Graag, als 't mag, een uurtje vrij,

Zoo van zes tot zeven,

Dan is 't vroolijk woonvertrek

Vol gezelligheden;

Nieuwspapier en boekenrek Laat ik meest met vrede; En genietend staar ik om, Met mijn dank verlegen,

jl. het dierbaar heiligdom Van mijns Heeren zegen.

AlleB stemt er vroom en blij,

Kleuren, tonen, beelden,

Al uw zoete poëzij

Kleine levensweeldon!

Praalziek was ik nimmermeer, 'tRijmt niet met mijn zeden;

Ik benijd geen mensch zijn eer, Geld noch heerlijkheden ;

Maar ik ben 't gezelligst dier, En zie! mijn vriendinnen

Stichtten mij een kluisje hier, Stemmend: ziel en zinnen.

't Leven is mij lief en waard In dat hartlijk uurtje,

Levenslustig in den baard Knapt het knettrend vuurtje;

Bij der vlammen heldren gloed, Schept men fantazietjes,

Sluiten