Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alle drie te snappen.

k Word beloond soins met een keur Geestige gedichtjes,

Al te maal van Goeverneur, Lievling onzer wichtjes.

Zeven nren slaat de klok;

Woelde moet niet duren ;

En mijn kippen gaan op stok Klokke zeven ure!

Liefde wenkt en niemand dwingt Om te blijven hangen;

De oudste noch de jongste zing^ 't Liedje van verlangen.

Slechts mijn hart, vol zaligheid, Stemt het voor de' Algoede,

Die mij al dit heil bereidt,

Die ons huis behoede I

Om does vroolijke avondrust I" Zijn gunst te smaken,

Wil ik, al mijn dag, met lust Werken, zorgen, waken; — D. 1857.

j (Is t niet voor het daaglijksch brood,

t Is rrni 'f 1

* "twwu uurj 1UVCX1Ö,

Dat slechts de arbeid klein en groot ^cnenkt, met vreugde tevens!)

T" UiiVtJr"«oeia en trouw, _ .Kleine kruisjes dragen,

Die mjj God óók schenken wou In zijn welbehagen.

Wat mij toch daar buiten grief

In 't aandoenlijk harte,

Immers bij ons huislijk lief

Bloeit weer troost voor smarfa. Wat me ook treurig tegenviel In

— ««uuu UI V » «^-U,

Niet do reinste droom der ziel,

i ioec van t Huislijk leven I Niet de weolde en 't rijk genot

Dat uit kinderoogen Straalt — ten troosto in't menschenVredo, zegen, licht van God, (lot, Glimlach uit den Hoogen 1

Dat u een feostdag Bticht' en sterk',

«iitmu, roe UW flaagüjbsch werk! heil, zijn licht, zijn rust en zoet ochenke u een frissohen moed. (Gevolgd).

DE FEESTDAG.

Verspil in uitgelaten vreugd

Üw sterkte noch uw jeugd. Nieuw rijze uw kracht ter eer van Uit matig feestgenot! (God,

Geen dichter schiep ooit toeter taal

»i , 1 y *01 «mttiit zuiKe zinneAls gij, bruin wicht, klein ideaal (tjes, \ an al uw moedors vriendinnetjes I

Wie, drommel, loerde u toch zoo lief

r,n £rPoafi'rpnwnrnn-^:„„i.. _ ■« «i i

— drv YTvuiujüötoHcniKicen,

8naPPen 200 onnavolgbaar naïef, Met mondje en handjes en blikken ?

[ lk heb beproefd te sohrijven als gij, !

O Otthnllria f «ij.. _ ,

——, sonuuu zyi te spreien. 1

ANtfI'S TAAL.

Beproefd in proza en poczij —

Mijn povere kunst is gebleken!

Uw stommere klinkt zoo blij, zoo zoet;

Y° woordekens buition en trippen, Vol geur en kleur en toon on gloed, L van de rozenlippen.

Dus koosden wis in 't parados

De reine kinderzielen,

Op vrome, kunstelooze wijs Eer ze in de geleerdheid vervielao 1

Sluiten