Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen nimmermeer, zelfs niet als ik uw staatspartijen,

Met heilig liefdevuur en onverdenkbro trouw,

Hoor over 't recht belang van Vorst en Natie strijen —

Terwijl volstrekt noch Ik, noch Aap kijkt uit de mouw;

Neen nimmermeer, zelfs niet.... toen ik, met gloênde wangen, Uw diep besef, mijn volk, vol geestdrift en vol geest!

Van 't geen uit Hollands hand een wereld mocht ontvangen, Verstond in 't uLevo Louwtje," op Haarlems edel feest;

Neen nimmermeer, zelfs niet nu 'k, bij uw achtste wonder, Een negende, o mijn stad in zege rijzen zie,

»Van zooveel steenB omhoog en zooveel blufs van onder,"

Begroet van alle kant, met zuivre sympathie;

Neen nimmermeer, zelfs niet als ik de lieflijkheden Bedenk van ons klimaat en langen lentetijd,

En dankbaar — met het oog op Lap en Samojeden —

Mij in den goeden smaak des Bataviers verblijd;

Nooit vloeido of vloeit zoo rein mij Neórlands bloed door do adren, Nooit voel ik mij zoo waar, met teedren liefdeband,

Aan u gehecht, verknocht, o grond, niet mijner vadren,

Toch, o mijn zoet geboorteland!

Dan, waar ik op uw Duin mijn kroost in 't zand zie baden, En straks mijn oudste wicht al schaatrend vliegt en holt,

Met opgewonden blos, van do eigen mulle paden,

Die ik zoo menigwerf als knaap ben afgerold!

Bloemendaal, Sept. 1856.

AAN DE ZOJï.

'k Ben u niet moe, o lieve Zon !

— Och schijn maar allo dagen ! — 'k Schep in uw glans, o milde bron Des levens, rein behagen!

'k Ben u niet moe, o lieve Zon!

'k Wou zelfs dat ik mijn leven, Van voren aan beginnen kon Nog eens in deze dieven.

Maar zaagt ge mij wel duizend keer Nti struiklen, vallen, dwalen —

Sonne, ich Mn dich *iüde.

Eerdek.

'k Zou wijzer wezen dan weleer, Mocht ik de proef herhalen I

'k Zou beter kijken waar ik liep,

Steeds voor mijn hart goed zorgen, En lieve Zon, neen, ik versliep Geen enklen lentemorgen.

Ik joeg geen droom, geen vlinders na,

Geen kleurrijke ijdelheden:

Werd ik niet wijs, met schande en Door 't liefelijk verloden ? (schat;.

Sluiten