Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zaaide, dat ik oogsten mocht In rijper levensdagen,

Tf Zou willen weten, wat ik zocht; Méér wegen, minder wagen.

Ik zou verstandig, ka'.m, geleerd, Altijd met oordeel kiezen,

En nimmer onberedeneerd

Mijn hoofd, mijn nart verliezen I

Ik werd — ja wat? men wordt toch Maar ach, 't is zóó gelegen: (iels 1

'k Zou alles willen zijn en — niets, Want alles heeft zijn tegonl

Geneeskunst is een aardig vak, Dat kunt ge aan 't Kerkhof vragen!

En Godgeleerdheid is .... een zak Vol raadslen en vol plagen!

Wat werd ik dan ? De Hemel weet I Misschien een Treurspeldichter?

Maar zoo mijn Treurspel lachen deed, Waar dan mijn strijd veel lichter?

En bleek hot dan eens dat ik meer Voor 't Blijspel was gVooren —

Zoo ware ik 't oude knechtje weer En had mijn tijd verloren!

'k Voorzie, mijn tweede leven zou Dus ook weer hasplen wezen,

Weer lust en strijd en naberouw 1 Niet wijzer dan voor dezen!

Weer de onverzoenbre zielenood,

Weer zoeken zonder vinden, Weer tobben in het kloin en 't groot, En tasten in don blindon !

Gij zaagt me ook dan, o liove Zon,

Weer struiklen, vallen, dwalen, Zoo goed alsof ik pas begon In dees geliefde dalen!

En daarom Deen! schoon ik uw glans

Bemin, o Licht der aarde! — Vooral wanneer gij, zooais thans, Verliefd schijnt in mijn gaarde ;

En daarom neen! ik wou niet weer

Teruggaan op mijn schreden: Wij doolden licht een tweeden keer Nog erger dan wjj deden!

Neen, op des levens kronkelpaên,

Veel wijzer is mijn keuze:

Niet óverdoen — maar voorwaarts

(gaan,

Schoon struiklend, zij de leuze!

Ook, met die leuze in 't hart, geniet

Ik, lievo Zon, uw zegen, En tevens vaak lacht in 't verschiet De blijde hoop mij tegen:

Als beter licht ons op zal gaan,

In reiner kring te streven, Met do ondervinding, opgedaan In dit zoer leerzaam leven.

VRIENDEN OP 'T KEERHOF.

Aan Gideon.

Wij gingen menigwerf te zamen in dit leven,

De paden onzer jeugd, de wegen van ons lot,

Langs 't zonnig Y — door 't duin — in jonkheids tooverdrevan, ln strijd, ten feest, op reis, in weemoed en genot;

Nü gingen wij voor 't eerst met velerlei gedachten,

Met zielen nauw vereend en broederlijke schreên,

Sluiten