Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O leer mij volgon ; niet steeds vragen: wat zal deze ?

Maar zoeken staêg Uw hand op al mijn levenspaên:

BIhv' mijn bekommerd hart, vol meeljj' vaak en vreaze, 1'och steeds in eigen lot Uw liefdestem verstaan! —

Doch spreek mij, dwaze, van geen hemel hier op aarde,

Dien slechts ae zelfzucht bouwt, in enge liefdekluis... O mensch, uw levenshof bloeie als een lentegaarde, In 't midden, voor wie denkt en liefheeft, rijst — een kruis.

HET OUDE HUIS.

Daar zijn we in 't niouwo huis I 't Is deftig, dubbel, breed.

Hier door mijn wand dringt geen (gedruis. Geen tocht, door raam of reet.

'k Heb tien vertrekken, vol gemak, Een badvertrekje inkluis;

We zijn, heusch! aardig onder dak, En 'k prijs dit nieuwe huis....

Doch ik verlang naar 'toude weer Daar 't lekte door het dak,

En daar, o zegen! steeds al meer Geen iucht, maar ruimte ontbrak.

Het oude, dat daar aan de vest Zoo witjes lacht in 't groon!

Zoet nestje, voor den zomer b8st, Doch niet in elk saizoen.

Het oude, daar voor 't eerst mijn hart Gesmaakt heeft, wat niet al I

Een liefde, een zaligheid, een smart, Die 'k nooit meer smaken zall

Daar in een bange, heiige nacht Uw eerste levenskreet,

O oerste wicht, zoo blij verwacht. Mijn ziele siddren deed;

Het oude, daar het leven, nog Zoo nieuw voor mijn gemoed.

Vol frisschen glans en schoon bedrog, Mij toeblonK rijk en zoet!

Het oude, mot zijn woonvertrek

Zoo vol gezellighoên,

Zijn hof, met menig dierbre plek. En 't spoor der dierbre schrecnl

Het oude, dat van merigoen L)e erinring had bewaard, Die nimmer nier zal binnentreên, Vroemd aan desvreemdenhaard....

Ja, koeren wou ik, zoo het mocht,

Naar de eerste, liove kluis, Methalfsteensmuur,vol tocht en vocht En knabbelend gespuis I

'k Voel me in dit mooie huis — ;

(niet thuis; Dees wanden spreken niet, 'k Sleep langs de breede trap mjjn En stootrig Klinkt mijn lied ! (kruis,

En toch misschien — 't is wel, 't (is wijs,

Schoon nu mij 't harte bloedt, Dat ik mijn needrig paradijs Maar moedig heb gegroet!

Het is niet goed, dat we op deze aard

Ons hechten al te zeer Aan huis en hof, aan linard en gaard En dingen van 't Weleer.

Verstandig is 't van tijd tot tijd, Een teedren, Bterken band,

Sluiten