Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die voelt van al dat komen,

Dat komen en dat gaan Van menschen, dingen, droomen, Zich moe en onvoldaan;

En zoekt met sterk verlangen

Naar Een, dio komt en — blijft, Wien hij aan 't hart kan hangen, Waar alles henen drijft.

Die weet een klok van scheiden

Luidt rustloos door het dal, En leerde zich bereiden,

Bereiden voor 't geval;

En haakt met alle vromen

Naar 'toord, waar vroeg of laat Weer allen samenkomen En niemand henengaat.

ONDER DE LINDE.

Ilk min u, o mijn Lindeboom,

Zoo rijk, zoo lommerdicht; Noohtans,o Herfstwind, koom jakooml

Ontloover mij mijn groenenboom— En door de ontbiaêrde takken stroom' En straal' mjj 's Hemels licht!

'k Noem mijn huis, vol huwlijkszegen.

Kinderliefde en moedermin, Somtijds lachend: Welgelegen; Maar die scherts heoft droeven zin,

«Welgelegen? woont gij buiten?

Of is 't uitzicht dan zoo schoon Op uw stadje, door de ruiten ?" — Neen: doch weet ge waar ik (woon 1

Vlak bij 't kerkhof I Al de dooden Moeten steeds mijn huis voorbij 'En verkonden, stille boden:

«Heden ik en morgen gij."

i'tls wel vroolijk! zelfs bij tijden

Al te vroolijk I veel to druk i Kunnen de ekipages rijden Langs mijn woning vol geluk. D. 1658.

X WELGELEGEN.

'k Zucht dan vaak ook: Stille vrinden, Neemt, zoo 't kan, de boodschap (mee,

Dat ik graag bij mijn beminden, Nog wat blijven wou in vreêl —

Vlak bij 't kerkhof, maar twee schreden

En ge zijt er, gauw en goed, Waar ge lang om heen kunt treden, Maar toch eindlijk ru?ten moet.

Vlak bij 't kerkhof maar cén stapje

En ik sta er aanstonds voor; Komt mijn tijdvoor 't laatste sta'-ju— 'k Heb geen rijtuig noodig, hoor!

Aaklig, hé, om zoo te wonen

Vlak bij 't kerkhof, bij je graf? . .. Maar, mijn lieven, sterken, schoonenl Woont ge er dan veel verderaf?

ÉEr is een kind geboren, J Een jongentje in de Mei,

OP EEN KIND IN MEI GEBOREN. I.

I Do feestmaand, do uitverkoren i Der Liefde en Poëzjj.

Sluiten