Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BU SEER-EN-BERG.

De morgen lacht, de koeltjes zweven, De hemel straalt van liefde en licht; Stil, statig nit de schoone dreven Rijst Mecr-en-Berg, 't gewijd gesticht.

Ach, droeve plekl Hier breekt n 't

(harte

Yan weedom, die de weelde stoort: Bedrogen hope, en zonde, en smarte Vereent haar offers in deze' oord.

Nochtans, vanwaar die glans van

(vrede,

Die op dit hnis der jammren daalt, Daar 't landschap stil, als in gebede, Gods goedertierenheên verhaalt?

't Is omdat Hij, die eens Zijn armen

Tot al wat leed heeft uitgebreid, De Zoon, vol goddelijk erbarmen, B., 1858.

Daar binnen licht en trooet verspreidt.

't Is wijl een heilige gedachte

Van liefde en hoop hier werkt en (leeft;

't Is wijl de mensch, van Gods geslachte

Hier in zijns redden voetspoor

(strceftl

O zoet, weemoedig-zoet aanschouwen. Dat vredig huis, die kerk, die hof... Ik groet u, heiige Godsgebouwen, Geen schooner Tempel rijst in 't

(stofl

Mijn oog ziet opl mijn ziele luistert!

Uw steenen spreken, God tot eer! En 't koeltje door de dreven fluistert: Aanbid en hoop; hier is de Heerl

NAAR DE

Ik zie een graf gedolven

Op 't kerkhof te Bloemendaall

De lijkbaar staat te wachten Vlak bij het kerkportaal.

De schooljeugd — het is vakantie, Iet3 zeldzaams in de week,

Maar Meester is uitgetogen

In 't zwart, met een grooten steek —

De schooljeugd — zij vindt haar geOp 't kerkhof als overal — (nffegena

Loopt saam: er wordt begraven, Dat is een aardig geval I

Zij komen nieuwsgierig, en kijken En keuvelen met elkaêr.

Zij klimmen op 't hek van het kerkhof En duikelen over de baar.

HATUÜR.

Zij peilen den gapenden grafkuil Met onbezorgden zin,

De een zegt: Het is een diepertl En de ander: Durf jij er in?

Een derde neemt een vuistvol Van 't opgedolven zand,

En laat het als een fonteintje Weer vloeien nit lijn hand.

Nu gaan ze krijgertje spelen Rondom het open graf;

Ook ranslen twee vechtersbazen Elkander eens eventjes af.

Maar Teunis zit met Klaartje Al op den grafkuilrand,

Naar 't schijnt een deuntje te vrijen Op kinderlijken trant.

Sluiten