Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1857.

ïEn 'k bid nooit lang! do Meester zegt:

Gebruik geen woordenvloed, Geen breed verhaal! Ik kan t ook niet;

en 'k bid maar, kort en goed!

«Dat God mijn dierbre stad en mij

Bteeds in Zijn gunst gedenk, En elk, die werken wil voor 't brood,

Zijn besten zegen schenk!

Antonius, na dit bescheid, , L ,,

vlood henen, gansch ontsteld..

Maar heeft van 't wondervreemd geval

Nooit iemand iets verteld.

WERKEN, DENKEN, LEEREN.

Werken en denken en leeren is leven:

Wie hier niot werkt, is zijn plekjen op aard, Wie daar niet denkt, is het leven niet waard, En om te leeren is 't leven gegeven!

Leeren en leeren is de eeuwige taak.

Die noch de knaap, noch de grijzaard verzaak".

Ernst is het leven o zalig, die 't weten!

Arbeid en roeping en edele strijd.

De eeuwigheid vraagt naar do vrucht van den ttja: Dwazen, die 't werkloos, gedachtlooB vergeten, En pas te laat, aan het einde der baan,

D' ernst van het ijdele leven verstaan.

O dat de Heer der talenten n waolite,

'Gaven verdubblend, O naarstig en vroeg,

Mensch, zoek het leven en grijp naar den ploeg; Blik in uw boezem en kweek de gedachte!

Ken, op uw weg, in uw werk, ken uw God, Dat Hij u leere in de school van uw lot!

Work om te leven en leef om te werken,

Niet voor het brood dat weer hongeren doet,

Maar voor de spijze die eeuwiglijk voedt,

t Harte verkwikt en de ziele zal sterken Ook als uw taak, op den donkeren rand,

Eenmaal ontvalt aan uw stervende hand.

Sluiten