Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ixxv.

Een meisje, lang verloofd, doch van haar lief gescheiden —

Dio eerst op Java zich een Budget moest bereiden —

Ontvangt het zoet bericht dat die zjjn hart haar bood,

Haar nu zjjn hand kan biên, zijn hand... plus 't daagljjksch brood! Zij zal dus binnen kort gaan trouwen met den handschoen;

'k Zou 't liever zónder toch en saam in 't zelfde Land doen!

XXVI.

IDoch hier verwoest de Mail de vreugde van een leven 1 lüe weduw heeft een brief, met potlood nog geschreven Door de overdierbre hand van 't aangebeden kind,

Op 't ziekbed — maar voltooid door d' onbekenden vrind,

IDie — aan zijn moeders plaats — trouw tot de laatste stonde,

lln 't verre, vreemde land gewaakt heeft aan zijn sponde.

XXVII.

' 't Zwaard ging hier dóór het hart. Daar dreigend blijft het hangen ' Aan zijden draad I de brief, met smachtend zielsverlangen Vol angst en zorg verbeid, bleef uit! En menig oog Staart nokkende ter aard en vragend weer omhoog Tot Hem, die 't waarom weet en, na den nacht van 't lijden, 1 De schrikbro onzekerheid nog eenmaal laat doorstrijden.

XXVIII.

(Gelukkig dat de Hoop, die troost der stervelingen,

IDe schat, die aangroeit bij het wisslen aller dingen,

Bleef liggen in uw doos, Pandora! op den boom....

Zij geeft den lijder vaak de kracht weer in den droom.

I Doch wèl hem, die haar kent als Zuster van 't Gelooven,

I Die met een vroolijk oog, glimlachend, wijst naar boven.

XXIX.

' Maar andren brengt de Mail weer lieflijke geschenken:

I De vriend beschrijft den vriend zijn droomen, doen en denken;

Dees door zijn oostersche famielje wordt belast Met tal kommissieën; een ander weer verrast I Door 't zoet bericht dat, binnen kort, van Java's stranden i Acht wilde neefjes in zijn armen zullen landen.

XXX.

1 Een ander juicht weer in zijn rijke vadervreugde:

l Zijn zoon, een knaapje, dat in Holland niet veel deugde,

En weinig ophad met de studie van 't Javaansch —

Althans Professor zet, hij maakte 't meer dan Spaansch — 1 Gedraagt zich braaf in de Oost, als 't puik der ambtenaren, E En won reeds lauwren om zijn wilde jongensharen.

XXXI.

't Wordt meer gezien, — 't is om de wijzen te beschamen! — I Praktijk en Theorie gaan zeldzaam wel te zamen.

Sluiten