Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo sprak of dacht, het oog op t liefste dochtrenpaar,

— De een was goed zestien pas en de ander achtrien jaar

Dat immer 'tjonge Dolft langs 't oude Delft zag zweven,

Mijn Delftscho vriend, gij vat, diezelfde van daareven.

xvx.

De man is — weet go 'tnog? — de trappon opgevlogen,

Gansch wonderlijk verward, en tranen in zijn oogen....

Zou wel goed rijmen, doch niet waar zijn, en ik haat Onwaarheid als de pest, in proza of op maat.

En schoon mijn broeders, op dit punt, niet willen deugen,

lk zal mij nooit om 't lijm bezoedlen met een leugen. °

XVI'.

Geen tranen dan, in 't oog — maar luimig, opgewonden, Ontsteld is onze vriend straks plotseling verzwonden,

Bij do aankomst van den brief. Hij scheen u vast, niet waar ? Een zonderling, in taal en houding vrij bizaar? Uw menschenkennis eer! doch vatten wij elkander: Een Zonderling is een; een Quibus is een ander.

xvni.

Och, menschen zijn er zatl men vraagt origineelen!

llijn vriend nu was er een, voor schrijvers — om te stelen. Althans op één punt bleek de man een Humorist.

.En wel van de echte soort, daar hij er niets van wist:

Zij die het weten, ach, zijn meestal, ons tot schade,

Gevoelig en naïef met voorbedachten rade!

XIX.

Hjj was het van natuur. Zijn hart leek als een luite,

Die staag het diepst gevoel in vreemde trillers uitte,

Vol liefde, toorn of scherts of weemoed, of dit al Te zaam. Goed was hij meest en zacht, doch bij geval Kon hij zeer vreemd, zeer bar, zeer grillig zich vertoonen — Maar wie hem kende moest zijn dwaasheên wel yerschoonen.

xx.

Hij was ruim veertig jaar, maar grijsde reeds ter degen; Gul, prettig, open blonk zijn vriendlijk oog u tegen,

Een beetje ironisch wel somtijds, üp 't uitzicht af \\ as hij eon man, dien 'k graag een fikschen handdruk gaf, Een weduwnaar, die nog het oog trok veler vrouwen;

Maar t scheen zijn kroost alleen moest heel zijn hart behouëxu . XXI-

I)ie hij had liefgehad — do lieflijke, de zachte,

Met wie hjj steeds nog leefde, in heilige gedachfce —

Ontviel hem, ach! te vroeg, en jaren reeds gelcon j Hij was nog jong toen en de kindren waren kleen.

Sluiten