Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hoogmoed kweekt de lange gunst van t lot! — Daar ia toch ook, wie 't zoet geluk van 't leven

Juist needrig stemde, afhanklijk, ernstig, zacht; Wier ziel tot God door zegen werd gedroven, AIb andren — door den lijdensnacht.

Daar is toch ook wie niet het kruis bekeerde,

Maar wie 't geluk, als 't licht des Heeren, trofl Wie niet de Nood — maar Zegen bidden leerde,

Wie iedre bloem ontstak in liefde en lofl En wie ook straks, toen 's Vaders hand hen griefde,

Met bitter leed en raadselvolle smart — De erinring van Gods zegenende liefde

Een steun, een troost bleef voor 't verslagen hart!

NIET BEZ0B6D.

Boven mijn hoofd aan zijden draad Slingert het zwaard al heen en we(der,

't Móet vallen — vallen, vroeg of laat I Het trilt, het velt mij noder!

Doch om mijn hoofd ook ruischt een

(.stem,

Te midden van al mijn vreezen, Die mij gebiedt met zachten klem, Tóch niet bezorgd te wezen.

0NYERG1HKELIJÏ.

Zalig, wie in 's levens morgen

tLevend woord der grooteSchrift— Voor de kleenen niet verborgen —

In den boezem werd gegrift! Wien het vragend oog mocht stralen

Vaak van wonderbaren gloed, Bij haar heiligo verhalen,

Manna voor het jong gemoed.

Zalig, die in de eerste jaren,

't Hart gericht naar Gods geboón, Leerde op 't heilig beeld te staren

Van den eengen Menschenzoon. Die de wereld heeft bejegend

Met zjjns Vaders vredegroet, Die de kindren heeft gezegend, De aard verloste met zijn bloed!

ily kende de heilig* Schriftel Tan kinds af.

2 TIJfOTHKUS in : 15.

Want die indruk kan niet sterven, En de weerklank van dat woord Ruischt, waar ooit de voet rnoog (zwerven, Door het menschenleven voort: Echo uit het vroom verleden, Vol geloof en rein genot; Wekstem uit der kindsheid Eden, Moederwoord en woord van God!

Laat do stille jonkheid wijken

Voor den storm van wilder jeugd, En des jonglinga hart bezwijken In den doolhof ijdler vreugd ; Moog hij 't zachte snoer verbreken Van de vaderlijke wet.

Sluiten