Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reizen naar de vreemde streken Trots het moederlijk gebed .,..

Niet verloren, niot verloren, In wiens reine kinderziel,

Als het Godszaad in zijn voren,

Eens dat woord des levens viel! 't Leeft, 't schiet op, 't zal vruohten (dragen,

Sohoon 't verstikt scheen en ver , ry . (moord,

't Brongt in late najaarsdagen Nog zijn oogst en zegen voort I

Onvergeeflijk — schoon vergeten, Onweerstaanbaar — schoon weer(staan,

Dringt vaak plotsling door 't geweten Weer het woord der oude blaén; In de nachtwaak, om de sponde ^ Van den zwerver daalf een klacht— En de zondaar voelt zijn wonde, En 't verloren kind versmacht I

't Zijn de aandoenlijke verhalen

En de lessen van weleer, Ach, vernomen duizendmalen En geschonden duizendkeer. 't Is een psalmtoon van 't verleden, 't Is een klachte van het kruis... En zijn ziel keert in gebeden,

En de boetling reist naar huis!

Anders ook leer 't kind gelooven, Anders zij de strijd des mans: Woont do vader wel daarboven ?

Viel ooit sterre van den trans? Spoelt niet wondere Legende Door dat onbedrieglijk woord.

1QKQ '

Die den grooten Onbekende Met haar nevelglans omgloort?

Wat is waarheid? Is daar waarheid ?

Heeft wel de Almacht ooit op aard, In orakelen vol klaarheid,

Haar geheim ons geopenbaard? Wat daar 't woord scheen van den (Heere,

Voor zijn kindsheid bleek het niet MeriHehenwoord of menschenleere, Heiige vorm of beeld of lied ?

O het zij! Der onschuld vrede

Vluchte voor der kennis strijd ! Voer' de stroom des levens mede

Wat vergaan moet met den tijd 1 Laat der kindsheid wondergaarde

Welken als een lentehof;

Smachte naar wat licht op aarde Soms de balling in haar stof!

Toch, hot Woord gaat niet verloren Voor het hart, des Twijfels roof, Uit den kampstrijd als herboren,

Rijst het kinderlijk geloof!

Ander licht valle op de blaêren Van de Schriften, die weleer Hom zijn moeder mocht verklaren — Ook dat licht is van den Heer!

Met af ostlen en profoten,

Leert hij straks het hopend oog, Smachtend, moedig, roodgekreten —

Vroolijk richten naar omhoog! En voor 't diep gevoel van 't harto, Is daar wonder groot noch schoon, Als de stille Man der smarte Met zijn eenge doornenkroon.

TER TAN HUIS.

(Ter gedachtenis y»n C. ». A. v. ». H. t te Cannes, Februari 1860).

Ver van huis, in gindsche dreven, I En aan liefelijker luoht

Waar de lijder lichter zucht | .Balsem vraagt voor 't kwijnend ïeveni

Sluiten