Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zg thuis aan fcJm ; en hun gevleugelde gedachten Ontmoeten raak elka6r in donkre najaarsnachten.

ra.

Zg bidt, zS buigt de knie in haar verlaten kluis:

Maar 't schorre meeuwgekrijsch, het doffe golfgebruis Stoort telkens haar g«been.... en duizend beelden spelen Of spoken haar door 't hoofd: de ree en haar tooneelen, De thuiskomst op de ree, de storm die 't huikje slaat. — Intusschen, in zijn kast, als 't bloed in de ader, gaat De slinger heen en weer. die met rijn kalme slagen Den tijd, te lente èn herfst èn blijde èn droeve dagen,

Als Veg doet zinken, «tuk Toor stuk, in 's aferonds schoot,

Daar ieder klokgetik, van vreugde beide en dood Het sein is in 't heelal, en wichtjes roept in 't leven En graven opent

Zg, door zore en angst gedreven,

Zij peinst! »'t Is toch wel hard zoo arm te wezen! ach,

De meisjes gain barvoets, ook met den winterdag;

En wittebrood is lekkernij, die alle dagen

Niet voorkomt.... Groote God! hoor, hoor, wat schrikbre vlagen.... Gelijk de blaasbalg van een smidse loeit de orkaan: Of reuzenvuisten in hun toorn het aanbeeld slaan Zoo raast het op de kust. Als ijle haardvuurvonken Verschieten in de lucht de starren, die er blonken,

In donkren wervelwind, 'tls 'tuur, waarin de nacht,

Van onder 't rijden masker, een luchtig danser, lacht.

En 't uur, waarin de naeht, omfloerst met storm en regen, — Een kaperkapitein uit de' afgrond opgestegen —

Een armen reeman grijpt en neersmakt op óe rots....

Zijn jongste noodgehuil sterft weg in 't golfgeklots....

Zijn huikje splijt — hij zinkt — beveelt zich tjods genade,

Én denkt — aan de' ijzren ring en 't zonnetje op de kade.

De zee bruist rustloos voort, de nacht is droevig zwart,

Als, van deez' beelden vol, haar arm geslingerd hart,

Dat zich in tranen lucht....

IV.

Ach I 't lot dier arme vrouwen,

Die meer dan goed en goud staag wind en zee betrouwen 1 Niet waar? tls hard. 'tis wreed, ook voor 'tgestaald gemoed. Te denken: al het mijn.... mijn zieL mijn vleesch, mijn bloed, 't Is in dien bajert daór, te midden der gevaren,

Ten prooi aan 'twild gediert der losgebroken baren*

Sluiten