Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dat de valsche golf met al die hoofden speelt,

Het jongske dat voor 't eerst in 's vaders zorgen deelt,

Als zijn verzorger-zelf bedreigd; en dat de Winden Daar boven hen in 't ruim de holle tres ontbinden,

Opspelende in de pijp; en dat ze op dezen stond Misschien in nood zijn of verzinken in den grond,

En dat men nooit recht weet, helaas, nog w££r zij zwerven.

Noch wat zij doen; niet of ze zingen dan wel sterven;

En dat om 't hoofd te biên aan heel dien Oceaan,

Een wrak, een fladdrend zeil dien mannen moet volstaan.... O angst 1 Ook ziet, zij gaan en roepen langs de stranden Den vloed toe; geef ze ons weerl en wringen droeve handen...

Maar golf aan golf bruist voort,., geen antwoord op haar beê, Dan de onbestemde klacht der rustelooze zee.

En Geerte heeft een zorg te meer nog. Op de golven Als in het rouwfloers van den donkren nacht bedolven —

Is hij gansch zonder hulp. De jongens zijn nog kleen;

Ach, waren ze maar groot — zoo denkt ze — hij 's alleen...

Stil, moeder! als ze straks met vader mee gaan varen,

Roept gij den tijd weerom toen zij nog kindren waren.

V.

Z\j slaat haar mantel om en neemt haar licht, 't Is 't uur Om uit te kijken in de verte, en of het vuur Brandt op de kust. — Zij gaat. Geen streep nog in het duister.

Geen morgenkoeltje nog. Geen zweem van uchtendluister,

Geen venst-er flikkert. Niets, 't Is alles zwart in "t rond. 't Stortregent. Niets zoo droef als in den morgenstond De donkre regen: 't is of daar geen dag zal gloren,

Of de uchtend, als het kind, in tranen wordt geboren.

Terwijl zij 't pad zoekt door die halve woestenij R|jst daar voor Geerte's blik, vol somber medelij,

Op eens een schaamle hut, een bouwval. Ach, daar binnen Noch licht, noch vuur. De deur kraakt op vermolmde pinnen; Op rotte muren hangt een wagglend dak, maar noó Gedekt met stopplen van versleten, morsig stroo,

Door de' oostewind gescheurd en uit elkaêr geslagen.

„Och" — spreekt ze bij zich-zelf — „Tt vergat al sedert dagen Naar buurvrouw om te zienl Huib vond haar afgetobd Laatst door de koorts; ik moet eens kijken....

Geerte klopt

En luistert, — klopt eens weer..:. Geen antwoord — Is 't de morgen

Sluiten